Columnist Philippe Abbing.
Columnist Philippe Abbing. Eigen foto

Columnist Philippe Abbing heeft verplicht vleermuiskasten: ‘51 beestjes in een kastje van een vierkante meter, knusser dan een filekilometer op de A1’

26 september 2026 om 16:00 Column

ERMELO Daar stonden ze weer. Zoals ze wel vaker ongevraagd tegen de schemering voor de deur opduiken. Te herkennen aan hun hoge wandelschoenen, kaki cargobroek, reflecterend hesje, een schrijfblok en een apparaatje dat klinkt als een garnaal met een niesbui: klik-klik-klik. Ze komen meestal in koppeltjes, soms zwelt de kudde iets aan. En je herkent ze feilloos aan die zachte, opgewonden fluisterstem zodra het klikken versnelt. Biologen, in hun natuurlijke habitat: mijn oprit.

Wij hebben zeven vleermuiskasten aan de gevels hangen. Verplicht nummer bij de verbouwing in 2022, onderdeel van het bestemmingsplan en de compenserende maatregelen. Zelf heb ik regelmatig met een zaklamp naar boven staan turen als een amateur-inbreker die zijn eigen huis bekijkt, maar zag niets. De biologen zagen alles. Groot gejuich toen ze een ruige dwergvleermuis meenden te spotten een paar jaar geleden in kast één, terwijl de gewone dwergvleermuizen gewoon buren waren in kast twee.

Vleermuizen hebben nou niet de beste PR. Iedereen denkt meteen aan Dracula, of is bang dat ze in je haren verstrikt raken. Onterecht: ze veranderen niet in een Roemeense graaf, en tenzij je kapsel bestaat uit vlasdun spinrag, vermijden ze het sowieso. Ze navigeren op sonar en zien haar prima aankomen — beter dan ik mijn sleutels vind, eerlijk gezegd.

Wat ze wél doen: insecten wegwerken alsof het een all-you-can-eat buffet is. Eén gewone dwergvleermuis eet tot duizend muggen per nacht. Wij hebben thuis nauwelijks muggen, en dat is geen toeval — dat zijn onze eigen ongeziene, ongeklikte huisdieren.

Gisteravond stonden de biologen er weer, klikkerend van enthousiasme. “Het zijn er 51, meneer.” Eenenvijftig beestjes in een kastje van een vierkante meter — knusser dan een filekilometer op de A1. Ik had het overigens al kunnen ruiken: normaal een paar bescheiden zwarte keuteltjes onder de kast, nu een berg die zelfs mijn witte muur niet ontzag.

Het hoogtepunt: tussen de kleintjes dook plots een fors silhouet op in het maanlicht. “Een wátervleermuis,” fluisterde de oudste bioloog, met een stem alsof hij net een UFO had gespot. Alle koppen — en klikkers — draaiden tegelijk die kant op.

Ik knikte alsof ik dagelijks watervleermuizen van gewone dwergvleermuizen onderscheid. Maar eerlijk: voor mij zijn het gewoon 52 gratis ongediertebestrijders. En als ze willen blijven wonen, hang ik er met liefde nog een kastje bij. Voor sommige huurders maak je graag een uitzondering.

Philippe Abbing

Columnist Philippe Abbing.
Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie