Columnist Philippe Abbing.
Columnist Philippe Abbing. Chris Abbing

Philippe Abbing ontdekt dat vakantie niet altijd ver weg hoeft te zijn

7 augustus 2026 om 17:30 Opinie

Voor mijn vrouw begint vakantie al zodra er heuveltjes in beeld komen. Bergen zijn mooi, maar eigenlijk overbodige luxe. Een goeie glooiing is al voldoende. Een viaduct is nog net geen vakantiegevoel, maar het scheelt niet veel.

Dat zegt misschien meer over Nederland dan over haar. Nederland is zo plat dat de ANWB een brug bijna als uitzichtpunt zou kunnen opnemen. Buitenlanders komen juist hierheen om die eindeloze horizon, de wolkenluchten en de polders. Wij rijden massaal de andere kant op, op zoek naar iets dat niet waterpas is. Alsof ons vakantiegeluk ergens verstopt ligt achter de eerste haarspeldbocht.

Maar wat ís vakantie eigenlijk?

Toen de kinderen klein waren, kende vakantie maar één meetlat: hadden zij het naar hun zin? dan hadden wij vakantie. Zwembad? Check. Glijbaan? Check. Animatieteam met een piraat die zich iedere ochtend vrijwillig voor gek zette? Perfect. Ouders noemen dat ontspanning. Eigenlijk is het gewoon uitgestelde opvoeding met een ijsje erbij. Vakantie was geen bestemming, maar een logistiek project met ijsjes, luchtbedden en zonnebrandfactor 50.

En nu? Nu lijkt vakantie steeds meer een wereldkampioenschap afvinken.

Met een beetje spaargeld zit je morgen aan de andere kant van de wereld. Wat vroeger een expeditie was waarvoor opa een atlas nodig had, boek je nu tijdens de reclame van het journaal. Mijn oude buurmeisje is daar een prachtig voorbeeld van. Ze vertrok een paar jaar geleden voor een vakantie naar Australië en Nieuw-Zeeland. Tenminste, dat was het plan. Inmiddels zit ze ergens in de buurt van Nepal. Of Laos. Of Bhutan. Ik raak de draad eerlijk gezegd een beetje kwijt. Haar Instagram weet het waarschijnlijk beter dan zijzelf.

Vroeger vroeg je na de vakantie: “Hoe was Frankrijk?” Tegenwoordig luidt de vraag: “Waar ben je eigenlijk allemaal geweest?” Alsof je pas meetelt als je minstens drie continenten en vijf tijdzones hebt versleten. Wie niets van de wereld heeft gezien, lijkt iets gemist te hebben. Alsof je pas een interessant mens bent wanneer je minstens één keer een selfie hebt gemaakt met een lama, een rijstveld of een tempel waar je de naam niet van kunt uitspreken. De vakantie lijkt soms belangrijker geworden dan het vakantiegevoel. We verzamelen bestemmingen zoals kinderen vroeger voetbalplaatjes spaarden. Alleen zijn de plaatjes tegenwoordig een stuk duurder.

Of misschien klopt het hele idee niet.

Vorige week stapte ik op de motor en besloot expres niet de snelste route te nemen. Ik had een tomtom rider tweedehands aangeschaft met de optie ‘kronkelwegen’. Weggetjes die je normaal links laat liggen omdat de navigatie zegt dat het sneller kan. En ineens reed ik door stukjes Ermelo en Putten waarvan ik oprecht niet wist dat ze bestonden. Mooie boerderijen, slingerweggetjes, kleine bospaadjes. Blijkbaar kun je ook op vakantie in je eigen achtertuin, zolang je maar ophoudt je te gedragen alsof je haast hebt.

En dan is er natuurlijk de volgende stap. De virtuele vakantie.

We werken digitaal, vergaderen digitaal, daten digitaal, bestellen digitaal. Waarom zou vakantie achterblijven? Zet een VR-bril op, voel via een ventilator een tropisch briesje, hoor de golven, ruik een kunstmatig kokosaroma en voilà: Bali zonder jetlag. Inclusief een digitale ober die vraagt of je nog een virtuele cocktail wilt. De files verdwijnen, de koffers blijven op zolder en de muggen zijn eindelijk softwarematig uitgeschakeld.

Misschien vinden onze kleinkinderen het straks heel bijzonder dat wij vroeger uren in een auto zaten om op een strand te liggen waar het óók dertig graden was.

Toch knaagt er ook iets in mij.

Want terwijl de een zich afvraagt of hij deze zomer naar Canada of Kaapstad zal vliegen, zijn er ook mensen voor wie vakantie helemaal geen keuze is. Mensen die het geld niet hebben, omdat de wasmachine stuk is. Mensen die ziek zijn en hun wereld zien krimpen tot de woonkamer. Mensen die slecht ter been zijn, of niemand hebben om mee op pad te gaan. Voor hen is vakantie soms niet meer dan een open raam, een boek, een kaartje van een bekende of een bankje in de zon. Ook goed om dat te realiseren. 

Vakantie begint niet waar de bergen beginnen. Niet op Schiphol. Niet bij de grens. En zelfs niet bij dat eerste heuveltje waar mijn vrouw zo blij van wordt. Vakantie begint op het moment dat je weer ziet wat er al die tijd al was, maar waar je normaal gesproken te druk voor bent. En als dat lukt op een berg in Oostenrijk, is dat prachtig. Vakantie is als het opnieuw afstemmen van een radio: de ruis van werk en verplichtingen verdwijnt, waardoor gesprekken met familie en vrienden ineens weer helder klinken.

Maar als het lukt op een kronkelweg tussen Ermelo en Putten, is dat misschien wel minstens zo ver weg.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie