
College gaat niet in hoger beroep tegen niet mogen invorderen van deel van dwangsom
22 september 2026 om 16:00 PolitiekERMELO Ondanks dat het college van burgemeester en wethouders de inhoud van een uitspraak van de rechtbank Gelderland rond de invordering van dwangsommen van restaurant Lazy Tiger aan de Julianalaan niet deelt, tekenen ze geen hoger beroep aan.
Wijnand Kooijmans
De zaak gaat over het invorderen van een dwangsom van dertigduizend euro. De overtreder had een bijgebouw gerealiseerd zonder vergunning. De eigenaar is van mening dat er vergunningvrij mocht worden gebouwd.
De rechtbank komt tot de conclusie dat de dwangsom niet geheel kan worden ingevorderd. Het gaat om een bedrag van negenduizend euro. Dat heeft te maken met het feit dat het bijgebouw 29 februari van dit jaar dusdanig is aangepast door een verlaging van het dak. De rechtbank is van mening dat de gemeente in het besluit tot invordering onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de last onder dwangsom na de aanpassing nog is overtreden.
Dat betekent dat volgens de rechtbank maximaal 21.000 euro kan worden ingevorderd. Het college is van mening dat binnen de periode waarop de dwangsom van toepassing was nog steeds niet werd voldaan aan de eisen van de gemeente. Zo was het verlaagde dak nog steeds hoger dan de toegestane drie meter voor vergunningvrij bouwen.
Pas na de zitting is aan alle voorwaarden voldaan. Dat is vastgesteld door een toezichthouder van de gemeente tijdens een controle 8 maart. Het college constateert dat van de dwangsom voldoende prikkel is uitgegaan om de overtreding te beëindigen. Om die reden is een beroep tegen de uitspraak van de rechtbank niet noodzakelijk.
Het instellen van een beroep en het voeren van de procedure kost griffiegeld en capaciteit van juridische zaken en handhaving. Ook is de periode van behandeling bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State lang.
Een mogelijke gunstige uitkomst van het beroep weegt naar de mening van het college niet op tegen de inspanningen die hiermee zijn gemoeid. Dat is de reden af te zien van het instellen van hoger beroep.















