
Column Fransje Heijkoop: Mijn papegaaitje
11 oktober 2024 om 17:30 OverigOp 25 september beloofde ik, net bekomen van een verkeersongeluk met goede afloop, dat ik over mijn papegaaitje zou schrijven. Ze ligt roerloos naast mij op het tafelblad. Haar contouren zijn goudkleurig evenals haar minuscule klauwtjes, vastgeklemd aan een stokje. Kopje, ruggetje en staartje zijn met bruine steentjes versierd. Borstje beige. Ze past precies in de palm van mijn hand en ik voel het veiligheidsslotje.
Papegoja heet ze in het Zweeds want daar komt ze vandaan. Op één onze zeiltochten langs de oostkust van Zweden ankerden we in de luwte oftewel lijzijden van een dorpje en roeiden we naar de kant. Ons werd tijdens de tocht verteld dat het eilandje, waarvan ik de naam vergeten ben, uit twee delen bestond en verbonden waren door een bruggetje. Het zilte water, de houten rode huisjes en rustieke straatjes waren een lust voor het oog. Ons bootje kon er nog net bij.
Inmiddels begon het warm te worden en, gezeten op een bankje, deed ik een duik in mijn rugzakje naar onze proviand. Naast mij op de rugleuning van de bank zat een papegaaitje, gespeld op een zachtgroen vestje, tevergeefs naar haar bazinnetje uit te kijken. Na een uur wachten brachten we haar naar de Polis. In het zakje van het vest zat nog een kassabonnetje van inmiddels twee uur eerder. Zoals gebruikelijk mag je na drie maanden het voorwerp bij vertoon van het bewijs van aan- of afgifte komen ophalen. “Aha u woont in Nederland? U bent met een boot?” De Polis noteerde dus maar ons adres en wenste ons behouden vaart. Papegoja ging op het eiland achter slot en grendel. Mèt ons verdwenen de toeristen en de vroege herfst deed zijn intrede.
Sinterklaas was in aantocht evenals Papegoja. Ze kwam per bootje, land, grote boot en posttrein vanuit Duitsland naar Nederland. Zelfs de kassabon in het vest reisde mee. Jaren later verloor ik mijn Papegoja aan de Costa Blanca bij het afscheid van de “ overwinteraars “ tijdens een polonaise. Bij de receptie op de camping lag ze op mij te wachten. Ik ging naar de standplaats van de vindster. Ik zei in het Engels ,,You found my Papegoja, thank you so much!” Ze was erg verbaasd. ,,Papegoja ? How funny. We have the same name in Swedish!”
De volgende ochtend vertrokken we met de caravan en zat ze weer veilig op mijn vestje. Toch moet ik even kwijt dat mijn buurvrouw in Amersfoort een grijze roodstaart had die bij goede verzorging heel oud kon worden. Hij had een prachtige kooi maar iets zei me dat hij daar niet thuishoorde. Als buurvrouw te lang aan de telefoon hing kraste hij “doremi…doremi”. Ze moest dan de hoorn op de haak leggen en metéén piano gaan spelen.
Ze zal wel spijt hebben dat ze hem dat ooit had geleerd. Had de grijze roodstaart niet beter kunnen roepen :uit de kooi, uit de kooi? Papegaaien zijn daar slim genoeg voor.














