Fransje Heijkoop.
Fransje Heijkoop. bdu media

Column Fransje Heijkoop: Ding Ding

26 juli 2024 om 15:15 Column

Met mijn vouwfietsje zit ik op zaterdagochtend op het metalen bankje op het stationnetje in Ermelo te wachten op de Sprinter. Naast mij een vader zonder bagage en zoontje in een smetteloos wit t-shirtje. Zijn beentjes wiebelen wat. Hij kijkt gespannen naar iets en roept dan plotseling “ding ding”.  Ik kijk die kant op en zie de rode lichten knipperen terwijl de slagbomen omlaag gaan en de trein snelheid vermindert. De papa geeft uitleg. Zijn 3 jarige zoontje noemt de Sprinter ding ding. Vandaag is de grote dag dat hij voor het eerst op reis is gaat! Van Harderwijk naar Ermelo. Het doel is een ijsje eten en daarna weer terug naar huis. 

Kijk, er zit niks op mijn T-shirt probeert hij mij duidelijk te maken. Ik zeg nog gauw tegen zijn papa dat het leuk is om “ding ding” op te schrijven voor later. Hij vindt dat eigenlijk wel een goed idee. Het manneke zwaait nog even naar me door het raampje want ik ga richting Putten.  Dáár word ik nou blij van. Die momenten worden schaarser. Het doemdenken, radicalisering, onverdraagzaamheid rukken op. Nu denk ik vanachter mijn iPad aan de live uitzending met de beschamende debatten op 3 en 4 juli na de installatie van de nieuwe regering. ”Wilder(ni)s” appte ik aan mijn kinderen. De Kamer is nu met zomerreces behalve het Kabinet-Schoof want ik denk dat de protocollen eerst maar eens uitgelegd moeten worden! 

Zo dat wilde ik even kwijt. Soms nemen kleine kinderen terecht iets letterlijk. Tekstjes, die ik vroeger in fotoboeken schreef, getuigen daarvan. Bijvoorbeeld: tante reist terug naar het zuiden. Mijn moeder vraagt haar of ze nog wat te eten mee wil nemen. “Nee hoor, ik koop wel iets onderweg”. 

Erikje zegt tegen oma: kan je iets onder de wèg kopen? Hij is 4 jaar als we bij Wijk bij Duurstede naar roeiwedstrijden gaan kijken. Als Erik op verkenning uitgaat (hij was toen al een klein journalistje) loopt hij een paadje in waarop zijn papa zegt dat het doodloopt. Ik sta er verder niet bij stil maar als ‘s avonds oma opbelt wil hij óók wat zeggen: Oma, oma ik ben bijna doodgelopen! Als ik dat niet in 1968 had opgeschreven was het in de vergetelheid geraakt. 

Mijn kinderen èn kleinkinderen kijken weleens in hun fotoboeken met stambomen van wederzijdse voorouders. Tekeningen die ze vroeger maakten speciaal voor hun eigen fotoboek en foto’s van onze huizenruil in het buitenland. Jarenlang zat ik in november 3 dagen te knippen, plakken en tekstjes te schrijven. Ik vraag zo af en toe aan mensen met een overvolle galerij wat ze met die prachtige fotootjes gaan doen. Eigenlijk krijg ik er nooit een pasklaar antwoord op en via mijn iPad al helemáál niet! 

Fransje Heijkoop

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie