
Kritiek op werkwijze gemeente Ermelo bij ruimtelijke plannen; Er wordt gepleit voor een actievere rol van de gemeente als samenwerkingspartner
5 mei 2026 om 10:00 PolitiekERMELO Steeds vaker worden plannen door gemeente Ermelo zonder inhoudelijk overleg vooraf beoordeeld. Daarmee is er geen sprake meer van een dialoog met de gemeente, maar krijgt de opdrachtgever of gemachtigde alleen een beknopte opsomming van argumenten, zonder dat op inhoud informatie-uitwisseling plaatsvindt. Terwijl juist bij ruimtelijke vraagstukken, waarin interpretatie en belangenafweging centraal staat, overleg essentieel is.
Wijnand Kooijmans
Met die kritiek komt Erik Verhoef van het bureau Veluwse Architecten in een brief aan de gemeenteraad van Ermelo. Hij geeft aan dat zijn bureau zich al jaren inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Met respect voor het bevoegd gezag en de geldende regels en visies in directe samenwerking met de gemeente. Wanneer men als bureau een initiatief opstart wordt dit, zo geeft Verhoef aan, gedaan vanuit de overtuiging dat er sprake is van aantoonbare ambities en ruimte voor verbetering.
VERZOEK
Hij komt daarmee met het verzoek bij de raad dat de gemeente haar rol als samenwerkingspartner actiever gaat vervullen. Dat de gemeente haar deuren opent en ruimtelijke ontwikkelingen blijft omarmen.
Verhoef wijst erop dat functieverandering beleid is dat al jaren bijdraagt aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Daarnaast levert het een bijdrage naar zijn mening aan actuele vraagstukken, zoals de stikstofproblematiek, natuurcompensatie en woningtekort. Desondanks constateert hij dat plannen binnen deze beleidslijn steeds vaker stranden, terwijl deze plannen juist in lijn zijn met de doelstellingen van de structuurvisie.
AANKOOP
Met de aankoop van sloopmeters wordt elders een afname van agrarische bebouwing en activiteiten gerealiseerd. In het verleden zijn, zo geeft Verhoef aan, meerdere plannen vastgesteld zonder dat er sprake was van een actief agrarisch bedrijf. Hiervoor haalt hij ook zeven voorbeelden aan. Waaronder het CPO-project in Vogelvlucht. De voorbeelden laten naar zijn mening zien dat het ontbreken van een agrarisch bedrijf op de planlocatie geen belemmering hoeft te vormen voor functieverandering.
Hij geeft aan dat vanuit de gemeente wordt gesteld dat functieverandering leidt tot verstening van het buitengebied. Daarbij wordt de planlocatie als probleem aangemerkt, terwijl de sloop van de bebouwing elders, volgens Verhoef, juist bijdraagt aan ontstening.
BESTEMMING
Er wordt door de gemeente gesteld dat functieverandering uitsluitend mogelijk is indien de bestemming agrarisch van toepassing is. Volgens Verhoef zijn er echter diverse woningen gerealiseerd binnen het functieveranderingsbeleid, waarbij de bestemming ‘wonen’ al aanwezig was. Hiervoor noemt hij zes voorbeelden die volgens hem aantonen dat de aanwezigheid van een woonbestemming functieverandering niet uitsluit.
Hij vindt ook dat niet de eis kan worden gesteld dat sloopmeters al vooraf moeten zijn gekocht. Dat vindt pas plaats na een principe akkoord van de gemeente.











