Afbeelding

Column Fransje Heijkoop had engeltje op haar schouder: ‘Ik had met botbreuken of erger in het ziekenhuis moeten liggen’

24 september 2024 om 17:00 Overig

Als ik het nu niet van me afschrijf dan blijft het ongeluk maar door mijn hoofd malen. Het is een wonder dat ik jullie nu schrijf. Ik had met botbreuken of erger nu in het Canisius Wilhelmina ziekenhuis in Nijmegen moeten liggen.

Met mijn kleine fietsclubje ging ik de eerste dag op 17 september fietsen op mijn E-bike-fietsje, inklapbaar en hup in de auto. Het wonderschone land van Maas en Waal is werkelijk schitterend. We hadden amper 8 km gefietst of ik maakte een enorme inschattingsfout. Wat bleek. De parallelweg werd geasfalteerd dus al dat verkeer nam de weg Grave in Brabant, over de Maas naar Nijmegen. Een provinciale weg waar 80 km p.u. wordt gereden. 

Zonder gierende remmen of een harde klap kwam mijn voorband tegen de voorband van een auto aan. De auto had geen kras en ik geen schram. Al een wonder op zich. Door de slag in het wiel reden Toos en ik de fiets op het achterwiel naar het huis aan de overkant. Het verkeer kwam weer opgang. De vriendinnen fietsten weer naar Wijchen. De één om auto met fietsendrager op te halen, de ander om een geschikte fietsenmaker te vinden.

De aardige vrouw uit het huis aan de overkant kwam gezellig bij me zitten op haar erf.  Nee hoor, dit was al het 5de ongeluk dit jaar. De twee eikenbomen aan de overkant staan er niet meer. Die bomen zijn enige jaren terug geveld toen chauffeurs de macht over hun stuur verloren.

Haar man werd nu geopereerd aan zijn enkel. Vastgezet zodat hij van de chronische pijn af was. Ze was thuisgebleven om het telefoontje af te wachten. Ja wij konden samen wel even een verbaal verzetje gebruiken. Steeds meer kwam eindelijk het besef dat ik door het oog van de naald was gekropen. Was ik bij het oversteken 10 cm verder geweest met de fiets dan was ik vol getroffen aan mijn linkerkant ter hoogte van mijn heup en bovenbeen. Toos zei, nadat ze bekomen was van de schrik: “ je had een engeltje op je schouder”. 

Na een uurtje was ik terug in Wijchen en reden we meteen door naar de fietsenmaker. Hij hielp wel even de fiets dragen en reed op een wiel de fiets naar zijn zaak. Donderdag kon de fiets klaar zijn zodat ik meteen voor de volgende dag een grote E-bike bij hem huurde. Op de 18e gedrieën geweldig gefietst door het Brabantse land. Voor sluitingstijd de fiets teruggebracht. Ik was verliefd geworden op die fiets. 

Dat had de fietsenmaker al verwacht. Met het inruilen van mijn fietsje mocht ik - tegen betaling van 1800 euro hem meteen weer meenemen. Praktisch was dat niet. Gezien mijn leeftijd mocht ik mij eerder gelukkig prijzen dat ik überhaupt nog kon fietsen. De deal die ik sloot was: ,,ieder jaar huur ik bij u die fiets en kom ik met de trein naar Wijchen”. Hij zei wel dat de nieuwe velg van de voorband metallic rood zou zijn. Het zou nou best kunnen dat mensen bij de supermarkt, die het Ermelo’s Weekblad lezen en mij zien met die vreemde voorband denken: ‘zou dat die vrouw zijn met een engeltje op haar schouder? 

Vraag het maar gerust hoor want dankzij het schrijven van deze column heb ik mijn bijna traumatische ervaring kunnen verwerken. 9 oktober schrijf ik een vrolijke column over mijn papegaaitje.

Fransje Heijkoop

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie