
Eendenslachterij moet bedrijfsvoering binnen 11 weken terugbrengen naar de situatie van 1992
11 juni 2026 om 11:00 Rechtbank Eendenslachterij Tomassen Duck-ToERMELO Eendenslachterij Tomassen Duck-To moet in de bedrijfsvoering terug naar de bedrijfsactiviteiten zoals deze zijn toegestaan op basis van de Hinderwetvergunning die in 1992 is verleend. Wel wordt de begunstigingstermijn door de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland verlengd tot elf weken na de uitspraak die 9 juni is gedaan.
Wijnand Kooijmans
De rechtbank Midden Gelderland heeft de natuurvergunning van Tomassen Duck To 13 mei 2022 vernietigd. Vervolgens werd de provincie door drie partijen gevraagd handhavend op te treden tegen het bedrijf omdat activiteiten werden verricht in strijd met de vereiste vergunning.
Bij een controle door het Gelders college bleek daarvan inderdaad sprake. Gezien de geconstateerde bedrijfsvoering komt het college tot de conclusie dat de huidige activiteiten significante effecten kunnen hebben op het nabijgelegen natuurgebied Veluwe.
DWANGSOM
In november 2025 besloot het Gelders college definitief een dwangsom op te leggen van tienduizend euro per dag met een maximum van tweehonderdduizend euro. Hiertegen werd bezwaar aangetekend door Tomassen Duck To. Het college besloot, na advies van de commissie bezwaarschriften, de dwangsom met een aanvullende motivering in stand te laten.
De voorzieningenrechter geeft aan dat in bepaalde gevallen het college mag afzien van handhavend optreden. Bijvoorbeeld als handhavend optreden onevenredig is. Dat is alleen het geval als er in het concrete geval omstandigheden zijn waaraan aan zodanig gewicht mag worden toegekend dat het algemeen belang dat is gediend met handhaving hiervoor moet wijken. Dat kan het geval zijn bij concreet zicht op legalisatie.
NATUURVERGUNNING
Daarvan is volgens de voorzieningenrechter geen sprake. Het bedrijf heeft weliswaar een nieuwe aanvraag ingediend voor een natuurvergunning. De provincie heeft echter aangegeven het voornemen te hebben deze vergunning te weigeren. Daarmee is er geen concreet zicht op legalisatie.
De voorzieningenrechter is ook van oordeel dat het intrekken van de vigerende milieuvergunning uit 2002 geen gevolgen heeft voor de last onder dwangsom in deze zaak. Tomassen moet, ook zij volledig gelijk zou krijgen in de zaak die loopt bij de rechtbank Amsterdam, haar activiteiten in overeenstemming brengen met de vergunning uit 1992.
Door Tomassen is aangegeven dat het handhavend optreden onevenredig is, omdat het niet mogelijk is de activiteiten in overeenstemming te brengen met de vergunning uit 1992. Het gebruik van diesel is niet meer aan de orde, heftrucks worden nu elektrisch aangedreven en de uitstoot van stikstof is lager dan in 1992.
DIERENLEED
Daarnaast wordt aangevoerd dat de financiële impact niet is te overzien en het dierenwelzijn in gevaar is. Het is op korte en middellange termijn onmogelijk de dagelijkse productie te verlagen. Dit leidt tot dierenleed, zo voert Tomassen aan.
De voorzieningenrechter is echter van mening dat Tomassen haar activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning uit 1992. Zo kan onder meer diesel worden vervangen door aardgas. De voorzieningenrechter vindt dat het bedrijf haar activiteiten moet afschalen naar vier vrachtwagens per dag en werktijden tussen 7 en 19 uur.
De voorzieningenrechter geeft aan dat uit vaste jurisprudentie van de Raad van State blijkt dat mogelijke ernstige financiële gevolgen niet leidt tot de conclusie dat van handhaving moet worden afgezien. Het Gelders college heeft de financiële gevolgen niet voldoende kenbaar gemaakt in de beslissing op bezwaar maar kan dit nog herstellen.
SITUATIE
De voorzieningenrechter vindt dat het college de uitspraak van de rechtbank niet afwacht. De uitkomst van de beroepszaak leidt nooit tot een gunstiger situatie in deze zaak, omdat altijd moet worden teruggegaan naar de situatie van de vergunning uit 1992.
In het beroep heeft Tomassen Duck-To ook onvrede uitgesproken over het optreden van het college van burgemeester en wethouders van Ermelo. Een wethouder heeft bij de provincie aangedrongen op een snelle intrekking van de natuurvergunning. Dit met het kennelijke doel de onuitvoerbaarheid van de aangevraagde vergunning ten grondslag te leggen aan het voorstel aan de raad geen verklaring van geen bedenkingen af te geven. Het bedrijf staaft dit met e-mails waaruit dit blijkt.
ONVREDE
De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de onvrede niet kan worden meegenomen in het verzoek een voorlopige voorziening te treffen. Het verweer van Tomassen gaat over het handelen van het Ermelose college terwijl het Gelders college het bestreden besluit heeft genomen. Tomassen heeft niet aangetoond dat het besluit van het dagelijks bestuur onzorgvuldig tot stand is gekomen.
De begunstigingstermijn zou twee weken na de uitspraak van de voorzieningenrechter verstrijken. Partijen zijn het tot op zekere hoogte het eens dat een dergelijke termijn te kort is om aan de last te voldoen. Partijen hebben aangegeven een termijn van elf weken redelijk te vinden. Daarin gaat de voorzieningenrechter wel mee. Tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk.















