
Marokkaanse Fouzia Hadou woont al 50 jaar in Nederland en heeft de twee culturen in haarzelf gemixt: ‘Couscous met appelmoes noem ik het’
7 april 2026 om 17:30 Mensen Tips van de redactieERMELO Discriminatie, racisme, overlast. Allemaal woorden die worden geassocieerd met de komst van mensen met een andere culturele achtergrond. Maar er zijn ook andere geluiden. Fouzia Hadou (59) kwam 50 jaar geleden vanuit Marokko naar Nederland. ,,Ik heb me nooit gediscrimineerd gevoeld.”
Suzanne Vooren
Fouzia wil graag haar verhaal ruchtbaarheid geven om eens iets positiefs in de media te vertellen over mensen die hier komen vanuit een andere cultuur. Daarom viert ze het feit dat ze 50 jaar in Nederland is. Ze heeft burgemeester Hans van Daalen gevraagd om naar haar verhaal te luisteren.
Fouzia was negen jaar toen ze met haar moeder, broers en zussen in het kader van gezinshereniging naar Nederland kwam. Haar vader werkte toen al ongeveer tien jaar in Nederland en kende ze alleen van de drie tot vier weken dat hij zomers naar Marokko kwam. Fouzia’s gezin woonden met zijn negenen in het kleine huisje aan de Dr. Holtropstraat.
Waar de verhalen over een ingewikkelde overgang nog wel worden gehoord, had Fouzia hier totaal geen last van. ,,We werden zo goed ontvangen. Warm en gastvrij. Voor mijn moeder was het moeilijk, wij gingen naar school en mijn vader ging werken. Maar zij ging koffiedrinken bij de buurvrouw en die leerde haar Nederlands koken.” Die buurvrouw was de moeder van Petra de Vries, met wie Fouzia nog steeds bevriend is.
,,Ze vragen hoe ik het vond, maar ik vond het eigenlijk gelijk heel erg leuk. In Marokko ging ik naar school en speelde ik buiten. Na de verhuizing deed ik hier hetzelfde, voetbalde ik ook gewoon op straat.”
![]()
Fouzia en haar broers en Petra in de jaren ‘70. - BDU Media
WARM WELKOM
De dag dat ze hier kwamen wonen, maakten de kinderen direct contact met de buurkinderen. ,,Ik kan het me nog herinneren”, vertelt Petra. ,,Wij waren alleen maar nieuwsgierig naar wie er naast ons kwamen wonen. Fouzia ging achter haar zus staan bij het muurtje. We moesten echt met handen en voeten praten.”
Voor de buren maakte het echt niets uit of het gezin dat naast hen kwam wonen in de Dr. Holtropstraat een andere culturele achtergrond had. ,,In de straat is een petitie gestart door de snackbar op de hoek. Die mensen wilde geen Marokkanen in de straat hebben. Het mooie is dat niemand de petitie heeft ondertekend. Mensen vonden het raar en asociaal om te tekenen. En de familie Hadou werd de grootste klant.”
Fouzia zelf wist tot een half jaar geleden niet van die actie. ,,Ik heb me altijd welkom gevoeld. Toen ik startte op de basisschool pakte een jongetje mijn arm en nam me mee op sleeptouw.” Ook met hem is ze nog bevriend.
Petra weet nog dat ze, toen Fouzia er net was, geconfronteerd werd met discriminatie. ,,We liepen op straat en er fietste iemand scheldend voorbij. Ik weet dat ik me echt schaamde.” Fouzia kan het zich niet herinneren.
![]()
In het poeziealbum van Petra schreef Fouzia nog in het Arabisch, inmiddels heeft ze dat verleerd. - BDU Media
CULTUUR
Natuurlijk waren er cultuurverschillen. ,,Mijn broer liep de eerste week een rondje en zag fietsen staan bij het station. Kwam hij thuis met op elke schouder een fiets. Mijn vader riep meteen: wat heb je daar?” Totaal onbekend met de Nederlandse regels dacht hij dat hij ze zo mee mocht nemen. ,,Terug daarmee, riep mijn vader.”
,,Mijn moeder zei altijd dat ze aan de familie Hadou betere buren had dan eerder Nederlandse gezinnen. Als ze een feestje gaven, meldden ze dat netjes.” Fouzia knikt van herkenning. ,,Wij leerden op zondag geen was buiten te hangen. Je hield rekening met elkaar.”
,,Nog steeds ben ik niet goed in plannen. Ik ben van het spontane. Dat is ook wel het Marokkaanse. Je schuift ergens aan voor het eten. Als vriendinnen in hun agenda kijken wanneer ze tijd hebben voor een kop koffie en zeggen over twee weken, dan denk ik het is maar koffie.”
Fouzia noemt zichzelf nog wel Marokkaanse. ,,Dat ben ik ook. Als Nederland tegen Marokko voetbalt, dan juich ik voor Marokko. Ik denk dat de Nederlanders in Canada ook juichen voor Nederland.”
![]()
De moeder van Petra de Vries (95) en de moeder van Fouzia Hadou (92) zijn blij elkaar weer te zien. - Eigen foto
DICHTBIJ
,,Wat is integreren? Ik vind het zo’n ongepast woord. Ik gedraag of ben niet anders in Nederland als in Marokko. Ik heb niet het gevoel dat ik me moet aanpassen. Ik heb alle twee de culturen in me en dat vind ik heel mooi. In Nederland kan je meer dingen gewoon zeggen tegen je familie, in Marokko houd je meer rekening met elkaar. Maar ik blijf dicht bij mezelf, dit ben ik. Couscous met appelmoes noem ik het.”
,,Ik wil graag dat mensen leren om verder te kijken dan de buitenkant, de cultuur of waar ze op oordelen.” Fouzia is daarin niet de enige. Ook vriendin Petra benadrukt dat. ,,Het is nog altijd een mens. Het is zoveel mooier om de waarde van de mensen te zien en van elkaar en elkaars cultuur te leren. Wij hebben het bijvoorbeeld vaak over geloof. Er is een stuk dat overlapt en daar waar het anders is, kun je het veel beter begrijpen als je weet waar het vandaag komt.”
Burgemeester Van Daalen vindt ook juist dit verhaal van Fouzia en Petra mooi. ,,Als we proberen om echt te ontdekken wat de ander beweegt, zonder daar gelijk een oordeel over te hebben, geeft dat ruimte. We zijn geneigd om snel een oordeel te hebben en om te denken dat je wel precies weet wat je ergens van moet vinden. Maar stel je oordeel eens even uit en stel eens wat vragen. Reageer niet vanuit angst, maar vanuit belangstelling. Ik denk dat het veel kan voorkomen, waar we ook nu in de maatschappij last van hebben. Het kennen van elkaars culturen kan heel verrijkend zijn.”




















