Bruine huismot, ongeveer een centimeter lang, is een schadelijk ‘binnenbeestje’.
Bruine huismot, ongeveer een centimeter lang, is een schadelijk ‘binnenbeestje’. Kees van Reenen

‘Moeten motten dood? Lang niet allemaal knagen ze gaatjes in kleren’

31 augustus 2025 om 16:00 Dieren

BARNEVELD ,,Kom, we motte gaan.” - ,,Motte binne beesjes.” Oftewel: ik mot niks, of vriendelijker: even geduld, ik kom zo, eerst nog even deze nachtvlinder bekijken. Maar wacht, motten binnenbeestjes? Motten buitenbeestjes! Of horen motten in huis? En vreten ze daar dan je kleren op?

Kees van Reenen

Dierenliefhebbers hebben de neiging de snode daden van hun geliefde diersoorten te vergoelijken. Kattenliefhebbers zien het door de vingers als hun kat vogeltjes vangt. Hondenliefhebbers vinden dat hun hond af en toe door de waterkant moet kunnen banjeren, ook al jaagt hij daarmee de waterdieren op de vlucht. Een vogelbeschermer zal bij de achteruitgang van weidevogels eerder op vossen en katten wijzen dan op kraaien en roofvogels. 


Gewone pelsmot kan veel schade aanrichten in een vitrinekast met natuurvondsten. - Kees van Reenen

NUTTIG

Dat de wolf terug is in Nederland bewijst dat het goed gaat met de natuur. De ekster is een prachtige, intelligente vogel. Wespen zijn vooral heel nuttig doordat ze vliegen verdelgen. Steekmuggen helpen stilstaand water te zuiveren en vormen een belangrijke voedselbron voor vogels en vleermuizen. En motten die kleren eten, zijn er bijna niet.


Insecten en vleugel van jonge steenuil in vitrinekast, aangevreten door pelsmotten (rupsjes). - Kees van Reenen

VITRINEKAST

In mijn slaapkamer heb ik een vitrinekast vol natuurvondsten: schelpen, zeesterren, dierenschedels, door eekhoorns afgekloven dennenappels, braakballen, libellen, vlinders, vogelnestjes, veren, noem maar op. Het valt me echter op dat insecten en vogelveren nooit lang heel blijven. Totdat ik er een insectenverdelgend middel in spuit, dan gaat het weer een poos goed. Blijkbaar zijn er beestjes actief die de dierlijke overblijfselen opvreten. Pas onlangs kon ik achterhalen wie de boosdoener was.


Lege cocon van gewone pelsmot, ongeveer een centimeter lang. - Kees van Reenen

KOKERTJE

Tegen de achterwand van de vitrinekast hangt een dingetje dat ik er niet zelf heb aangebracht. Het lijkt een soort zacht kokertje met een paar sprietjes eraan. Een coconnetje? Inderdaad, want even later zie ik een motje rondvliegen, en nog één. En in de kamer in de loop van de volgende dagen nog veel meer van dezelfde motjes, nog geen centimeter lang, donker glanzend met een paar zwarte stippen op de vleugels, een geelbruin kopje en lange terugwijzende voelsprieten.


Beest met twee koppen?! Nee, parende bruine huismotten. - Kees van Reenen

MOTTENBALLEN

Het blijken gewone pelsmotten te zijn. De naam doet al iets vermoeden: de rupsjes leven in pelzen, veren, vogelnestjes en stellig ook van vlinder- en libellenvleugels. Nu ik dit weet, heb ik er geen bezwaar tegen ieder pelsmotje dat ik zie af te maken. Motte zijn buitenbeestjes! Helaas is de al jaren oude spuitbus inmiddels leeg en het middel, hoewel op natuurlijke basis, lijkt niet meer in de handel te zijn. De drogist raadt me ouderwetse mottenballen aan, of cederolie, dat alle mottensoorten niet doodt, maar verjaagt. De geur van de iets te kwistig gedruppelde olie blijkt wel erg doordringend te zijn; maar de motten zullen nu ook wel vertrekken.


Gordijn met mottenschade, vermoedelijk door de bruine huismot. - Kees van Reenen

ACHTER GORDIJN

Kort na de invasie van pelsmotten vallen me iets grotere motten op, vooral in de woonkamer, vrij saai grauwbruin van kleur. Het blijkt de bruine huismot, waarvan de rupsjes behalve van plantaardig en dierlijk afval buitenshuis ook leven van vogelnestmateriaal (dus ook in de vitrinekast!) en stoffen als wol en zelfs nylon. Op een avond zie ik er eentje achter een gordijn verdwijnen. Als ik kijk waar hij gebleven is, zie ik een beschadigde plek en meteen is het duidelijk: ook de bruine huismotten moeten dood.


Roomtipje of tapijtmot is zeldzaam en daardoor nauwelijks schadelijk, dus laat maar leven. - Kees van Reenen

Nog voordat ik deze soort kwijt ben, vang ik met de elektrische vliegenmepper een motje van dezelfde grootte, maar anders gekleurd: achterste helft witachtig, dan een stuk zwart en het kopje weer wit. Eerst een foto, dan naar buiten ermee, want het verdoofde diertje leeft alweer op. 

ZELDZAAM

De volgende dag blijkt dat deze vlinder het zeldzame roomtipje is, een soort die ik jaren geleden een keer vond in Lunteren, vervolgens kort na mijn verhuizing in Voorthuizen en nu, twee jaar later, opnieuw. Een andere naam voor deze microvlinder is tapijtmot – dat zegt genoeg.


Seringensteltmot, één van de vele onschuldige buitenmotjes die binnen kunnen komen. - Kees van Reenen

ZANGER DORUS

De beruchte kleermotten heb ik intussen nog niet gevonden. Wel komen regelmatig onschuldige nachtvlindertjes door een raampje naar binnen, in de war gebracht door een lamp. Maar met degene die zich echt als binnenbeestje gedragen moet je oppassen, anders gaat het net als met de twee motten in de ouwe jas van zanger Dorus.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie