
Columnist Jos Jongeling in zijn column Alias: ‘Mooie plannen om wezens te creëren die eigenlijk ideaal zouden zijn’
3 oktober 2026 om 15:00 ColumnERMELO Er was eens een….. Ja, wat was er eens? Laten we het, zoals de indianen zeggen, de ‘maker van adem’ noemen. Deze maker had heel mooie plannen om wezens te creëren die eigenlijk ideaal zouden zijn. Aan welke criteria moesten de wezens dan voldoen?
De maker maakte een eigenschappenlijstje waarin alles werd gevat, puur vanuit positieve ingrediënten en gelijkheid.
De maker had twee fysieke soorten in gedachten. Zij zouden aanvullend zijn en vanuit eigen zijn en kracht veel, zo niet alles, voor elkaar kunnen betekenen en daarnaast ook bij gelijke gender ditzelfde geluk elkaar kunnen bieden.
De maker creëerde een plek waar deze creaties paradijselijk konden verblijven. Dit oord moest wel onder zeer grote verantwoordelijkheid worden beheerd. Na de opstartfase leunde de maker tevreden enkele spanne tijds achterover. Het zag er goed uit!!
Na geruime tijd nam de maker eens een kijkje om de hoek om te zien hoe e.e.a. verliep. Wat schetst de verbazing toen de maker ontdekte dat niets zo was uitgepakt als de bedoeling was. Uitgangspunt was, naar eigen beeld, maar…. Wat was dat eigen beeld en waaraan kon dit getoetst worden? Spiegels kende de maker niet. Niets was zo divers geworden als de creatie mens. Alleen uiterlijk al. De mens bleek: zwart, bruin, beige, geel, rood, blank en alles er tussenin. Met blond, bruin, zwart, rood en peenhaar.
Met die verschillende uiterlijkheden kon de maker prima leven, was eigenlijk wel heel mooi. Maar erger en enorm zorgelijk was dat de indertijd bedachte innerlijke kwaliteiten ver te zoeken waren.
De maker was verbouwereerd. Wat was er fout gegaan? In schril contrast met het basisidee was in het oog springend bij de mens: egoïsme, zelfzucht, na-ijver, heerszucht, hufterigheid, sluwheid, machtswellust, wreedheid, hebzucht, leugenachtigheid en wat dies meer zij. Daarbij had men zich verenigd in clubjes van eigen belang. Om dit te onderbouwen had men voor elk clubje ‘absolute waarheden’ en een ‘opperwezen’ verzonnen. Men verklaarde dit opperwezen onfeilbaar en almachtig.De rollen waren omgedraaid. Men had een eigen maker geschapen in plaats van andersom.
Door deze gang van zaken waren er vele aliassen voor de oorspronkelijke ‘maker’ ontstaan en vele absolute waarheden hieraan gekoppeld die met hand en tand werden verdedigd.
Afwijkend denken of doen, werd en wordt letterlijk te vuur en te zwaard meedogenloos neergesabeld. Gevolg, een oneindig aantal eeuwen van falen, dwalen, moord en doodslag. Alles in naam van die diverse absolute ‘waarheden’.
De enkelen die wel aan het originele plan van de maker voldeden en tegen beter weten in hun best blijven doen, leggen het continu af tegen de zelfbenoemde heersers en onderdrukkers. De hufterige botheid viert hoogtij.
De maker moest concluderen dat de schepping hevig geërodeerd was. Hieruit blijkt dat de almacht, toegeschreven aan de aliassen, de maker ten enenmale helaas ontbrak. ‘Had ik ze maar nooit verzonnen’, bedacht de maker van adem en legde het moede hoofd in de schoot.
Maar in mij blijft hoop!
Jos Jongeling
josjongelingmuziek@outlook.com
















