
Gemeente Ermelo heeft nieuw handhavingsbesluit genomen rond permanente bewoning van een vakantiewoning aan de Haspel
26 augustus 2025 om 14:00 PolitiekERMELO De gemeente Ermelo heeft een nieuw handhavingsbesluit genomen rond de permanente bewoning van een vakantiewoning aan de Haspel.
Dat betekent dat het oorspronkelijke besluit vijftienduizend euro aan dwangsommen te innen wordt teruggedraaid en wordt vervangen door de invoering van een dwangsom van vijfduizend euro. De gemeente honoreert hiermee gedeeltelijk een bezwaar dat was ingediend tegen de invoering van de dwangsommen.
Met het besluit wordt het advies van de onafhankelijke commissie bezwaarschriften overgenomen. De commissie was van mening dat de gemeente er in is geslaagd aannemelijk te maken dat de last onder dwangsom is overtreden in de maand mei, maar dat dit niet is gelukt als het gaat om de maanden juni en juli 2024. Door bezwaarmaker is gesteld dat hij alleen voor recreatie in de vakantiewoning verbleef.
Omdat bezwaarmaker geen vaste verblijfplaats elders had is de dwangsom overtreden. Een camper wordt niet gezien als een vaste verblijfplaats. Daarmee is één opgelegde dwangsom door het Ermelose college van burgemeester en wethouders naar het oordeel van de commissie terecht ingevorderd.
CONTROLES
In de twee maanden daarna hebben geen controles plaatsgevonden. Om die reden vindt de commissie dat het niet aannemelijk is gemaakt dat de last onder dwangsom is overtreden. De controleur van de gemeente heeft weliswaar 4 juli 2024 de bezwaarmaker aangetroffen bij de woning. Die gaf aan bouwwerken af te breken om aan een andere last onder dwangsom te voldoen. Maar de commissie vindt dat de gedane constatering onvoldoende is om te stellen dat er sprake was van permanente bewoning.
Een verzoek om een persoonsgeboden vergunning, opgenomen in de bezwaargronden, wordt door het college niet ontvankelijk verklaard. Zo’n aanvraag moet als zelfstandig stuk worden ingediend. Daarover bestaat al de nodige jurisprudentie, zo geeft het college aan. Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Het college deelt de mening van de commissie dat niet aannemelijk is gemaakt dat er kosten zijn gemaakt.















