
Bodemprocedure bij Raad van State moet duidelijkheid geven over voortbestaan van drie bouwwerken aan Groenewoudseweg
3 december 2024 om 16:00 PolitiekERMELO Drie bouwwerken aan de Groenewoudseweg in Ermelo hoeven voorlopig niet te worden afgebroken. Dat is beslist door de voorzieningenrechter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Die zet daarmee tot de uitspraak in de bodemprocedure een streep door de dwangsom die door het Ermelose college van burgemeester en wethouders was opgelegd aan zowel de eigenaar als de gebruiker met als doel dat de bouwwerken worden afgebroken.
Wijnand Kooijmans
Het gaat om bouwwerken met als doel opslag van goederen. Het gaat onder meer om een schuur en een Romneyloods. Volgens het college heeft de grond waarop de bouwwerken staan de bestemming ‘bos’ en zijn ze daarmee in strijd met het bestemmingsplan. Door het college was het bezwaar tegen de dwangsom ongegrond verklaard.
Voor eigenaar en gebruiker reden naar het hoogste rechtscollege te stappen en tevens een voorlopige voorziening te vragen.Volgens de eigenaar zijn drie van de vier bouwwerken al heel lang legaal aanwezig. Eén sinds 1936, de twee andere vanaf 1965. Volgens hem zijn hier in verleden bouwvergunningen voor verleend en is het gebruik voortgezet op grond van het overgangsrecht. Volgens hem zijn de drie bouwwerken ook al sinds 1965 in gebruik voor de opslag van goederen.
De rechtbank stelde de gemeente in het gelijk omdat niet is gebleken dat er vergunningen waren verleend. Naar aanleiding hiervan heeft de eigenaar in hoger beroep een groot aantal nieuwe stukken overlegd, waaronder verschillende vergunningen en andere stukken uit het streekarchief en verklaringen van voormalige eigenaren en gebruikers van de bouwwerken. Het college van Ermelo stelt dat uit de overlegde vergunningen niet blijkt dat er vergunningen zijn afgegeven vanwege onduidelijkheden in de aanduiding van het perceel en afwijkingen in de afmetingen van de bouwwerken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat uit de stukken niet duidelijk blijkt of voor drie bouwwerken al dan niet vergunning is verleend en dit tijdens de bodemprocedure moet worden onderzocht. Hij oordeelt dat het belang de gebouwen niet te hoeven afbreken zwaarder weegt dan het algemeen belang en de bodemprocedure moet worden afgewacht.
Dat geldt niet voor een carport. Deze moet wel voor 16 december van dit jaar worden verwijderd. De hiervoor opgelegde dwangsom blijft in stand. De gemeente moet de proceskosten aan eigenaar en gebruiker vergoeden.















