
Coming-Outdag belangrijk voor Marit en Khai uit Harderwijk: ‘Wij zijn hier en gaan niet meer weg’
11 oktober 2022 om 14:00 MaatschappelijkHARDERWIJK 11 oktober, Coming-Outdag, het ‘uit de kast komen’ met je seksuele- of genderidentiteit. In de VS ontstaan na een gerechtelijke anti-homo uitspraak. In Nederland wordt deze dag sinds 2009 gevierd. ,,Dat is de dag, waarop je kunt laten zien: wij zijn hier. En we gaan ook niet meer weg.’’ Marit en Khai vertellen over hun ‘uit de kast komen’.
UIT DE KAST De Harderwijkse Marit ten Hove en Khai Fijma vertellen over hun ‘uit de kast komen’. ,,Coming-Outdag vind ik heel belangrijk, jongeren moeten zien dat ze mogen zijn wie ze willen.’’ Marit (17) had haar familie al wel verteld dat zij lesbisch was, wat geen verrassing bleek voor haar moeder. Maar op school (CCNV) kon ze er niet voor uitkomen. Op 15-jarige leeftijd kreeg zij het zo moeilijk, dat ze in therapie ging. ,,Pas toen leerde ik voor mijzelf te kiezen en kon ik er voor uitkomen dat ik niet dat meisje was die men dacht.’’
STOER Marit voelt zich, hoewel zij als meisje is geboren, ook jongen. ,,Op de basisschool was ik altijd wel een stoer meisje. Ik wilde geen rokjes dragen en speelde altijd met jongens. Tijdens de puberteit ontdekte ik op tv en social media, dat er ook homo’s en lesbiennes bestaan. Ik dacht dat ik ook lesbisch was. Ik begon over het hele leven te twijfelen. Wie was ik, wat vind ik leuk? Ik kreeg ook last van depressiviteit en zocht de eenzaamheid op. Iedereen leek hetero te zijn, ik voelde mij erbuiten vallen. Ik hoorde op school hoe er werd gedacht homo’s en lesbiennes. Die werden nagekeken en er werd over geroddeld. Dan dacht ik: maar dat heb ik ook. Therapie heeft mij erg geholpen. Ik werd zelfverzekerder en heb geleerd om voor mijzelf te kiezen. En om uit de kast te komen.’’
Dat Marit zich nu vrij en trots voelt over zichzelf, bewijst haar deelname aan de foto-expositie in culturele broedplaats de Mess. Inmiddels schaart zij zichzelf niet meer onder de lesbiennes. ,,Ik heb geen voorkeur. Ik ben geboren als meisje, maar als jongen voel ik mij ook goed. Ik kan vrouwen, mannen, of andere genders aantrekkelijk vinden. Soms wil ik er mannelijk uitzien, dan weer vrouwelijk. Het maakt mij ook niet uit hoe ik aangesproken word, met hij, of zij, ik vind alles goed. Ik ben niet van de labels.’’
NAAM Dat laatste geldt niet voor Khai (18), die ‘hun’ (dus niet ‘zijn’ of ‘haar’) naam zelf heeft gekozen. ,,Ik wil niet geconfronteerd worden met de persoon die ik niet ben, met de persoon die ik niet wilde zijn. Als non-binair kwam ik een jaar geleden uit de kast bij mijn ouders. Daarvoor al bij mijn vrienden, waarvan de helft ook transgender is. Ik ben niet een man en niet een vrouw. Ik ben gewoon ik.’’
NON-BINAIR EN QUEER Tijdens het gesprek vallen er nog wat termen. ,,Non-binair is mijn identiteit, mijn gender. Daarbij slaat ‘queer’ zijn op mijn seksualiteit. Ik heb een voorkeur voor vrouwen, qua seksualiteit dan. Benamingen zijn wel makkelijker voor anderen, om aan te geven wie je bent. Sommigen, bijvoorbeeld in mijn familie en enkele docenten, noemen me nog wel eens bij mijn oude naam. Die associeer ik met mijn oude ik, die ik niet wil zijn. Dat vind ik dan wel lastig.’’ Vooral de voornaamwoorden zijn, ook grammaticaal, wennen. Hen/hun, die/diens. Khai geeft een voorbeeld van de juiste aanspreekvorm: ‘Hen is hun boek vergeten’ dus niet ‘zij’ of ‘hij’ is haar of zijn boek vergeten..’’ Toch hoopt ook Khai, dat het ooit zover komt dat die hokjes niet meer nodig zijn. ,,Als iemand zegt ‘gewoon’ hetero te zijn, zeg ik dat ik ‘gewoon’ queer ben.’’
De Coming-Outdag is ook voor Khai belangrijk. ,,Dat is de dag, waarop je kunt laten zien: wij zijn hier. En we gaan ook niet meer weg.’’
Mieneke Braakman










