
Columnist Jos Jongeling houdt van Ierland: ‘Mijn oren werden verwend met fluwelen klanken van een houten dwarsfluit’
24 oktober 2025 om 12:00 ColumnERMELO Mijn liefde voor Ierland en in het bijzonder voor de Keltische muziek, bracht mij onvermijdelijk regelmatig in zo’n wereldwijd bekende Ierse pub. Ook op een moment dat daar een sessie in volle gang was. De pub zat deze keer dientengevolge nokkievol met muzikanten en locals.
Ik viel van de ene verbazing in de andere over de variatie van instrumenten en vooral door de kwaliteit van de spelers.
Gewapend met een pint Guinness schoven we aan bij een tafeltje waar nog net twee krukken onbezet waren. Ook op die plek zaten twee Ierse schonen. Eén daarvan was voorzien van een timberwhistle. Wanneer er een jig of reel werd gespeeld die zij kende, werden mijn oren van zeer dichtbij verwend met de fluwelen klanken van zo’n houten dwarsfluit. Ik kon mijn geluk niet op.
Al snel waren we, mijn zwager en ik, in gesprek met de lasses. De ene, Geraldine, speelde niets. Haar vriendin, Ciara, was de fluitspeelster. Uitgebreid liet ze mij het instrument zien en vertelde er gepassioneerd over.
Ze vroeg me hoe het voor mij was wanneer je niets ziet en dan in zo’n drukke omgeving en en ander moet duiden. Ik maakte haar duidelijk dat ik er voor de muziek was en dat ik daar in ruime mate van werd voorzien. Vooral omdat ik er zo heel dichtbij zat.
Even later kwam er een plek vrij binnen de muzikantenkring. Overmoedig pakte ik mijn gitaar en schoof aan. Toen het rondje bij mij was aangekomen schoten de zenuwen door mijn lijf. Wat moest ik in vredesnaam doen? Ik kende slechts enkele Ierse deunen, maar die speelden zij vele malen beter dan dat ik dat ooit zou kunnen.
Toen ik de muzikanten dit vertelde was het sympathieke commentaar: “Just do your own thing.” Dus dat deed ik dan maar. Een tof applaus was mijn beloning.
Ik zat daar naast een Ierse dame die de bodhran bespeelde. De Ierse trommel die met een kort stokje virtuoos door haar bespeeld werd. Ik vroeg haar mij die speelwijze uit te leggen. Heel slim en praktisch direct pakte ze mijn handen en zette deze in de juiste positie.
Na enkele vruchteloze pogingen van mij was haar nadrukkelijk advies: “Unstrain your hand!” Ik bakte er echter niets van. Met haar handen op en in mijn handen bleef ze het nog enige tijd proberen.
Maar ook zij moest uiteindelijk concluderen: ‘Dit gaat ‘m niet worden’.
We zaten in muzikale zin hand in hand, maar echte kameraden zijn we op dit gebied niet geworden.
Jos Jongeling












