
Week tegen Eenzaamheid: ‘Zonder medemens kwijn ik weg’
1 oktober 2020 om 08:00 AlgemeenERMELO - Van 1 tot en met 8 oktober is het de nationale ‘Week tegen Eenzaamheid’. Ontmoeting en verbinding staan hierbij centraal. Want eenzaamheid wordt aangepakt door contact met de medemens. De 78-jarige Janneke Bolijn uit Ermelo is sinds drie jaar weduwe, kent regelmatig momenten van eenzaamheid en deelt hier haar verhaal.
Arda Konings
Ze woont alweer 25 jaar in haar gezellig huisje aan de Oude Nijkerkerweg. De prachtig aangelegde siertuin verraadt de getalenteerde groene vingers van haar man. Het zomert nog wat lomig na en de buitendeur staat uitnodigend open. Binnen is het knus en gezellig en de radio verdrijft zachtjes op de achtergrond, de stilte. “Eenzaamheid, nou, dat is een ramp hoor,” vertelt Janneke. “Zonder medemensen om me heen, kwijn ik weg. Begrijp me goed, ik ben dankbaar dat ik hier nog zelfstandig kan wonen. En niet alleen op een kamertje zit in een verpleeghuis.” Daarmee slaat Janneke meteen de spijker op de kop. Bij veel ouderen zit de angst voor corona inmiddels behoorlijk diepgeworteld. Ook Janneke werd begin dit jaar geconfronteerd met de gevolgen van de lock-down. Opeens ‘zakte’ alles in.
Na het overlijden van haar man, krabbelde ze op uit een diep dal. Op tal van plekken maakte ze zich maatschappelijk verdienstelijk met vrijwilligerswerk. Ze stond achter de bar bij de Baanveger, bereed de buurtbus, werkte bij de Kanovijver en Welzijn Ermelo. Zo bouwde ze tevens een sociaal netwerk op. “Het was goed om nieuwe doelen te hebben in mijn leven. Tot corona dus. Weer werd het stil om me heen. Ik had ook nog eens de pech dat mijn heup ernstig opspeelde. Ik kon niet meer lopen. Hoe moet ik hier nu door heen komen? Dat ging vaak door me heen. Welzijn Ermelo vroeg of ik kaarten wilde schrijven voor ouderen in de tehuizen, die geen bezoek mochten ontvangen. Dat wilde ik natuurlijk wel.”
Gelukkig kreeg Janneke een nieuwe heup en revalideerde ze in het buurtzorghotel in Ermelo. Eenmaal thuis, sloeg de eenzaamheid wederom toe. “Ik kon en mocht nog niets. Ik heb lieve, maar overdag werkende buren. Mijn zoon heeft toen voor een paar weken een scootmobiel gehuurd. Ik kon naar buiten toe. Voelde de wind door mijn haren. Heerlijk.” Door een ongeluk echter, heeft Janneke ook haar arm verbrijzeld en heeft daardoor nu een vaste hulp in huis. Ze geeft toe moeite te hebben dingen uit handen te geven. “Als je kwalen krijgt, wordt alles gewoon moeilijker. De tuin, het paradepaardje van mijn man, wordt nu bijgehouden door een tuinman.”
De weekenden en de vakanties, blijven het lastigst. Janneke mist heel erg het samen eropuit trekken met haar man, met de caravan. Nu ze weer wat mobieler is, gaat ze op zondagmiddag naar ontmoetingscentrum de Parasol voor een gezamenlijke maaltijd. Vrijwilligerswerk doen, is lichamelijk nog te zwaar. “Voor Corona ben ik niet bang. Ik hou me aan de regels. Een tweede lock-down lijkt me vreselijk. Juist nu het iets beter gaat!”









