
Gevraagde voorlopige voorziening voor bestemmingsplan De Beek afgewezen
14 november 2025 om 16:00 RechtbankERMELO De voorzieningenrechter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de gevraagde voorlopige voorziening rond het bestemmingsplan De Beek 77 in Ermelo afgewezen.
Wijnand Kooijmans
Op het betreffende perceel was voorheen een veehouderij gevestigd die in het nieuwe bestemmingsplan is weg bestemd. De bestaande boerderij blijft behouden als woning en op de plek van de stallen komt een vrij staand huis en een twee onder-een-kap woning. De indiener van de aanvraag om een voorlopige voorziening woont op het aangrenzende perceel en heeft een aantal bezwaren tegen het plan.
SPOEDEISEND
De voorzieningenrechter geeft aan dat er wel een spoedeisend belang is voor de aanvrager. Het beroep tegen de benodigde wijziging van het bestemmingsplan heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat meestal vier weken na de bekendmaking van de wijziging van het omgevingsplan de aangevraagde vergunning kan worden verleend. Dat is voor het einde van de beroepsprocedure. De voorzieningenrechter heeft het besluit genomen op basis van de kans van slagen van de belangrijkste beroepsgronden.
Anders dat de indiener stelt, hoeft wat betreft de rechter geen afstand van vijftig meter te worden aangehouden tussen de nieuwe woningen en zijn perceel omdat op zijn perceel aan agrarisch bedrijf zou zijn gevestigd. Uit de aangeleverde stukken blijkt dat de intensieve veehouderij op het perceel van zijn buurman al enkele jaren geleden is gestaakt.
BEDRIJF
In het geldende bestemmingsplan is al opgenomen dat op het gewraakte perceel uitsluitend plattelandswoningen mogen worden gebouwd en geen agrarisch bedrijf meer is toegestaan. Dat nog steeds sprake is een agrarisch bedrijf dat wordt beperkt in de bedrijfsvoering, zoals de aanvrager van de voorlopige voorziening stelt, kan volgens de rechter zonder nadere onderbouwing niet worden gevolgd.
Ook wijst de rechter de verklaring dat het Waterschap Vallei en Veluwe niet zou hebben ingestemd met het plan af. Uit een mailbericht blijkt dat dit wel het geval is.
De claim dat er sprake is van bodemvervuiling wordt door de voorzieningenrechter eveneens afgewezen. Hij wijst op een rapport waaruit blijkt dat de vervuilde grond al enige jaren geleden is gesaneerd. Ook het bezwaar dat geen regel is opgenomen over hogere waarden van de geluidsbelasting op de geplande woningen zal, zo geeft de rechter aan, niet tot vernietiging van het bestemmingsplan leiden.
ONTSLUITINGSWEG
De rechter ziet dan ook geen reden het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Mede omdat tijdens de zitting is vastgesteld dat op het betreffende perceel voldoende ruimte is om zo nodig een nieuwe ontsluitingsweg aan te leggen.
De rechter oordeelt wel dat er mogelijk een fout is gemaakt bij de berekening van de sloopmeters. Dit omdat onduidelijkheid bestaat of een aanwezige aanbouw achter de bestaande stal vergunningsvrij mocht worden gebouwd. Hier is nader onderzoek naar nodig. Zoals in de bodemprocedure een uitspraak moet worden gedaan over de vraag of een passende beoordeling is gemaakt ten aanzien van intern salderen voor de gewenste nieuwbouw. Eventueel gemaakte fouten kunnen echter worden hersteld naar de mening van de rechter.
















