
Leisurelands haalt bakzeil bij rechter, Van den Brink Vastgoed mag hotel en leisure-centrum ontwikkelen op Strand Horst
3 juni 2024 om 19:00 RechtbankERMELO Van den Brink Vastgoed heeft het exclusieve recht om een hotel en leisure-centrum te ontwikkelen en te exploiteren op Strand Horst. Tot die uitspraak komt de rechtbank Gelderland in het conflict tussen het Ermelose vastgoedbedrijf en Leisurelands dat het gebied in eigendom heeft.
Leisurelands wil nog niet reageren op de uitspraak en of al dan niet hoger beroep wordt aangetekend. Bert van den Brink zegt dat het gaat om een duidelijke uitspraak van de rechter die Leisurelands op de vingers heeft getikt. Hij zegt nu af te wachten welke verdere stappen Leisurelands onderneemt.
AANDEELHOUDER
De gemeente Ermelo is aandeelhouder van Leisurelands. Om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen ziet wethouder Ronald van Veen het vooral als een zaak tussen Leisurelands en Van den Brink Vastgoed zonder daarover een oordeel uit te spreken.
ERFPACHT
Leisurelands wordt in het vonnis verplicht de in het geding zijnde grond in erfpacht uit te geven aan Van den Brink tegen de voorwaarden die vermeld zijn in de al in 2014 gesloten intentieovereenkomst.
Ook is Leusurelands een dwangsom opgelegd van tweeduizend euro per dag dat men in gebreke blijft als het gaat om de uitvoering van het vonnis. Er is een maximum bedrag aan verbonden van een half miljoen euro.
INTENTIEOVEREENKOMST
In 2014 is door Leisurelands met Van den Brink overeengekomen dat die tegen betaling van een optievergoeding tot 1 januari 2018 het exclusieve recht had om een haalbaarheid van de realisatie van een leisure-centrum te onderzoeken. Deze overeenkomst is een aantal keren verlengd. In 2016 is door de gemeente Ermelo het Masterplan Strand Horst vastgesteld. Daarin is Van den Brink genoemd als initiatiefnemer voor de ontwikkeling van een leisure-centrum. In 2019 is hierover een overeenkomst gesloten tussen het vastgoedbedrijf en de gemeente.
GEEN OVEREENSTEMMING
Nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is verklaard zijn Van den Brink en Leisurelands in gesprek gegaan over naleving van de overeenkomst. Daarbij zijn ze niet tot overeenstemming gekomen. Van den Brink stapte hierop naar de rechter met de eis dat de voorwaarden zouden worden nagekomen. Leisurelands stelde zich op het standpunt dat de intentieovereenkomst per 1 januari 2021 was beëindigd en dat Van den Brink geen rechten meer aan deze overeenkomst kan ontlenen.
BESTEMMINGSPLAN
De rechtbank oordeelt dat voldoende vaststaat dat het bestemmingsplan tijdens de looptijd van de intentieovereenkomst tot stand is gekomen. En daarmee Van den Brink in beginsel recht heeft op de vestiging van erfpacht. Ook speelt mee dat beide partijen nog steeds willen dat de realisatie van een leisure-centrum op Strand Horst tot stand komt.
KOSTEN
Door Van den Brink is aangevoerd bij de rechtbank dat het acht jaar heeft geduurd voordat het bestemmingsplan was vastgesteld. In die tijd heeft men veel kosten moeten maken. Aangegeven wordt dat men niet jarenlang kosten maakt indien daarna alsnog moet worden onderhandeld over de voorwaarden van de erfpachtovereenkomst.
Volgens Van den Brink is dat standpunt ondersteund door twee schriftelijke verklaringen van de toenmalig directeur van Leisurelands.
DIRECTIEWISSELING
Er is met de directiewisseling van Leisurelands, zo wordt aangegeven, een nieuwe wind gaan waaien bij de vennootschap waarbij Leisureland, anders dan afgesproken, een vergaande vinger in de pap wenst te krijgen in de plannen voor de ontwikkeling van het Leisure-centrum. De rechtbank oordeelt dat zij er niet in geslaagd is hard te maken dat de erfpachtovereenkomst is achterhaald. Indien Van den Brink als ondernemer het financiële risico wil lopen voor de realisering van het centrum is het risico voor Leisureland bij de ontwikkelingen van de plannen op Strand Horst maar marginaal volgens de rechtbank.
Dat maakt dat de rechtbank van oordeel is dat Van den Brink Vastgoed nog steeds het exclusieve recht heeft en Leisurelands niet overtuigend haar gelijk heeft kunnen aantonen.
Wijnand Kooijmans
















