
Putten neemt afscheid van twee vertrouwde politiegezichten
3 juli 2026 om 17:30 MensenPUTTEN Deze dienstdagen zijn de laatste voor agenten Thijs Bakker en Jan van den Bosch. Nu hun pensionering nadert, blikken ze met De Puttenaer terug op hun loopbaan. „Boven alles willen we de partners van de politie bedanken voor de samenwerking. Want dit werk kun je als agent absoluut niet alleen.”
Martin Vesseur
Zelfs twintig jaar na zijn tijd als wijkagent in Putten wordt Thijs Bakker (1961) nog regelmatig op straat herkend. „Dat is natuurlijk prettig. We noemen het zelf ‘contact maken in vredestijd’. Want als er iets aan de hand is, een conflict of zo, en mensen kennen ons, dan is ons werk makkelijker.” Terugblikken met twee agenten die op het punt van pensionering staan, levert een schat aan anekdotes op en bovenal een sterk veranderd tijdsbeeld. Thijs begon bij de politie in 1980 en zijn collega Jan van den Bosch (1962) in 1984. Tegenwoordig is Thijs Officier van Dienst Politie, met doorgaans Harderwijk als uitgangspositie, en is Jan coördinator van de Puttense wijkagenten, vanuit de politiepost in het gemeentehuis van Putten.
Die locatie is veelzeggend, vertelt Jan. „Het laat zien hoe belangrijk de gemeente en met name burgemeester Lambooij samenwerking met de politie vindt. Hij wilde per se dat de politie een plek kreeg in het gerenoveerde gemeentehuis. En dit is echt een hele fijne locatie, zowel voor het publiek als voor de politie. Dat mag wel eens gezegd worden.”
Samenwerking is sowieso het sleutelwoord in de verhalen van Jan en Thijs over hun meer dan veertig dienstjaren. Thijs: „Toen ik begin jaren negentig in Putten kwam, gelijk met Jan, gingen met oud en nieuw alle ruiten eruit en ook nog een auto in brand. Dat was het begin van een andere benadering die we nu normaal vinden, bijvoorbeeld kijken of je een gezamenlijk feestvuur kunt organiseren, overleggen met winkeliers en horeca, praten met relschoppers en wijkbewoners.” Jan: „In die tijd opereerde de politie helemaal op zichzelf. Sindsdien is dat totaal veranderd, nu zijn er heel veel partners met wie we samenwerken en aan preventie doen.” De agenten noemen motorraces als voorbeeld: „Lang geleden gingen we naar de TT om ons erin te vechten en daarna weer eruit. Nu is de festivalorganisatie zelf verantwoordelijk en komt de politie pas in beeld als het niet anders kan. Glaswerk afschaffen en vervangen door plastic bekertjes, gewoon ergens beginnen. Samenwerken levert meer op.”
Dit werk kun je als agent absoluut niet alleen.
PUTTEN VOOROP
„In handhaving loopt Putten landelijk voorop”, zegt Jan. „Iemand die bijvoorbeeld drugs gebruikt wordt niet genegeerd tot er strafbare feiten plaatsvinden, maar proactief benaderd. Sommige gasten komen bij de burgemeester op het matje en krijgen een waarschuwing. Dat werkt heel goed.”
Beide agenten vonden de weg naar Putten en het gebied met Ermelo en Harderwijk al in 1991. Na enkele andere standplaatsen bereikte Thijs het dorp na een reorganisatie elders. Jan vroeg overplaatsing vanuit Gouda aan omdat zijn familie hier woont. In die tijd waren agenten nog verplicht om ook te wonen in de vestigingsplaats van hun korps en werd dus ook een woning voor ze geregeld. Die vanzelfsprekendheid is er niet meer, zeggen ze daarover. Jan: „Wij waren echt ingebed in de politiewereld, want je woonde bij je werk, je had het verenigingsleven en je gezin dat zich er thuis voelde. Bovendien zijn wij van de generatie die bij de politie is ‘voor het leven’, dat sterft uit. Je vindt nog wel passie voor het vak hoor, maar anders. Dat komt ook omdat agenten niet meer verplicht dichtbij hun werk wonen. Jonge agenten hebben nu meer mogelijkheden in hun loopbaan.”
Thijs merkt op dat er ook een kloof in de leeftijdsopbouw is ontstaan door bezuinigingen in het verleden. „Je hebt vooral oudere agenten zoals wij en jonge agenten, maar weinig in de generaties er tussenin. Daar gaapt een gat.”
ADVIES
Bij het maken van foto’s voor het gemeentehuis valt op hoe snel en hoe makkelijk de agenten contact leggen met voorbijgangers. Prompt stormt een jongetje vanaf de markt op het plein naar voren dat een vriendschappelijke ‘boks’ deelt met agent Jan. Intussen wordt Thijs begroet door zijn vroegere lagere-schoolleraar en beginnen enkele toeristen een uitvoerige conversatie.
„Er echt zijn voor de burgers. Dat is waar het voor ons altijd om heeft gedraaid”, zegt Thijs. „Politiewerk is wat dat betreft hetzelfde gebleven. Wat wel erg ingrijpt, is de digitalisering. We hielden bijvoorbeeld een jongen aan op een opgevoerde fatbike en die begon meteen te filmen. Je weet dan: de hele wereld krijgt dit te zien. Ik heb collega’s zien huilen omdat zo’n filmpje viraal ging en mensen verkeerde conclusies trokken.” Daarnaast zijn ze als agent zelf door hun mobieltjes dag en nacht betrokken bij wat er speelt. Jan: „Als ik jonge, beginnende agenten een advies zou moeten geven, is het: zorg voor balans tussen werk en privé.” Hij heeft diverse agenten zien ontsporen door te grote druk. „Je hebt een sterk karakter nodig, maar je moet ook de balans werk-privé niet onderschatten.”
Er echt zijn voor de burgers. Dat is waar het voor ons altijd om heeft gedraaid.
![]()
Typerend voor de agenten Thijs Bakker (links) en Jan van den Bosch: een spontaan gesprek met een voorbijganger op de Puttense markt. - Martin Vesseur
PENSIOEN
In juli zwaaien Jan en Thijs af. Toch blijven ze een beetje agent, denken ze zelf. „Als mijn vrouw en ik boodschappen doen, merkt ze dat ik op alles scherp blijf. Ik zie de wereld door mijn politiebril”, zegt Jan. Waarop Thijs aanvult: „Ik merk het aan mijn positionering in een ruimte. Ik sta altijd met mijn rug naar een dichte muur.” En inderdaad zit Thijs tijdens dit interview met zijn gezicht naar de twee deuren van de spreekkamer. Agent zijn, zegt Jan, „is altijd direct beginnen met inschatten. Je hebt soms weinig tijd om een situatie goed te duiden, dus observeer je razendsnel. Dat zit diep ingebakken.”
DANKBAAR
Bij wijze van afscheid willen Jan en Thijs met name de vele partners bedanken met wie zie in hun politiefuncties hebben samengewerkt. Thijs: „Je kunt niet iedereen noemen, maar ik denk naast de gemeente aan de winkeliers, de horeca, de scholen, bureau Halt, de jongeren in het dorp enzovoort. De politie kan dit werk niet alleen. Door samenwerking wordt ons werk beter en makkelijker.” Onlangs nog werd hij aangesproken door een inwoner die decennia geleden door de politie was gewaarschuwd in verband met inbraken. „Die man zei: ons hele groepje is daarna een ander pad in geslagen. We zijn allemaal ondernemer geworden, dankzij u zijn we de goede kant op gegaan. Dat is wat ik bedoel met: we zijn er voor de burgers.”















