
Column Jos Jongeling: De Kliko
15 januari 2018 om 15:50 Algemeen‘Hé daar gaat die man van nr. X met zijn kliko.’ ‘Hé daar komt hij weer terug met zijn kliko.’ ‘Nou ja, daar loopt hij alweer, nog steeds met die kliko.’
Oh ja, nog even die kliko binnen halen. Langs een bekend trajectje, geoefend omdat ik visueel beperkt ben, loop ik naar de verzamelplaats voor ons afval. Onze kliko zou nog de enige zijn die er staat. Echter na mijn eerste onderzoek vind ik geen kliko. Dan maar even op de beproefde manier met mijn stok om me heen slaan. En, ja hoor, een luide dreun bevestigt de ontmoeting van mijn stok met de kliko. Kliko bij de hoorns gevat en terug naar huis.
Ik loop naar de trottoirrand en steek over. Tegen mijn verwachting in ontmoet ik een ferme struik aan de overkant. Daar waar ik die niet, maar wel de andere stoeprand verwachtte. Het had net even flink geregend, dus deze confrontatie leverde me ook nog een zeiknatte kop op.
Probleem was nu te ontdekken welke navigatiefout ik had gemaakt. Een fout waarschijnlijk veroorzaakt door mijn nonchalante wijze van om me heen slaan met die stok waardoor je nogal draaiende acties doet. Nergens vond ik een mij bekend aanknopingspunt. Dan maar even op mijn schreden terug keren. Levert ook niets op. Weer omdraaien en kijken of ik iets kan vinden dat ik herken. Ook even stilstaan om het geluid van auto’s of zo te definiëren qua richting. Geen resultaat. Waarom is het op zaterdagmiddag zo stil in onze straat? En hoe is het mogelijk om te verdwalen op de vierkante meters die je zo lang al goed kent? Ik weet dat het fenomeen bestaat, maar het overkomt me zelden. Dan is ze daar. De reddende engel.
‘Hoi, gaat het goed?’ roept ze me vrolijk toe. ‘Nou nee. Ik denk dat ik een verkeerde afslag genomen heb.’ ‘Ja, dat dacht ik al. Je loopt hier namelijk nooit en zeker niet met een kliko op sleeptouw. Je bent op de ventweg terecht gekomen. Als je terug naar je huis wilt, moet je omdraaien en oversteken. Lukt dat?’ ‘Nou, ik denk van wel.’ ‘Zal ik even kijken of het goed komt?’ ‘Dat is prima.’
Ik loop in de aangegeven richting en ontdek al na enkele meters een bekend punt. Terwijl ik me omdraai om over te steken hoor ik haar luide, vrolijke stem. ‘Ok, gelukt!’ ‘Jo, dank je!!’









