
‘Wij willen alle mensen bedanken’
27 december 2017 om 14:35 AlgemeenDe Ermelose stichting Met Uitgestrekte Hand, een initiatief van Bert van Panhuis, heeft ongeveer zeshonderd gezinnen in in Moldavië, Roemenië en de Oekraïne een blijde kerst bezorgd. Met voedselpakketten, knuffels, kinderjassen, gebreide truitjes tot gehaakte stola’s. “De stichting en de mensen die de spullen hebben ontvangen willen alle mensen bedanken die financieel of op andere wijze eraan hebben bijgedragen en gebeden.”
Ermelo - Bert is krap drie weken terug van zijn reis van ruim twee weken door Oost-Europa waar hij de allerarmsten en hulpbehoevenden ouderen op vrijwillige basis noodhulp verleende. Deze keer vergezelde Ruud van Tinteren hem. Bert en Ruud kennen elkaar van de Evangelische Kerk in Lelystad waar ze kerken.
Opnieuw werd Ruud getroffen door de grote armoede waaronder mensen er moeten leven. “Ik ben in 2014 ook met Bert mee geweest. Sindsdien is er nog niets veranderd, de ontwikkeling gaat er zo langzaam.” De situatie lijkt uitzichtloos zo valt op te maken uit de woorden van beide mannen. De inflatie bijvoorbeeld die de Oekraïne teistert. Bert: “Ik kreeg twee jaar terug nog zes grivna’s voor een euro. Deze keer kreeg ik 31 grivna’s voor diezelfde euro. Bovendien is de prijs voor een pakje boter van een euro naar 3,50 euro gegaan. Ook is de prijs van het gas en de elektra gestegen.”
Toch hoorden ze de mensen waar de voedselpakketten werden gebracht niet klagen over hun bittere armoede. “Integendeel, ze reageerden zó blij op de voedselpakketten.” Deze pakketten bevatten geen ‘luxe-artikelen’, maar spullen met een lange houdbaarheidsdatum. Dat varieerde van macaroni, rijst, suiker, olie, meel, boter tot tandenborstels en deodorant. Een pakket waar de mensen zo een maand mee vooruit kunnen.
Hoeveel de hulp van betrokken mensen daar voor de stichting betekent bewees een hachelijk avontuur. Tenminste zo kwam het in de eerste instantie over op Bert en Ruud. “Een zekere Sjors weet in Roemenië namelijk echt de plekjes te vinden waar mensen wonen die de hulp zo nodig hebben.” In het pikkedonker reed Sjors de beide mannen hoog een berg op. “We hadden echt geen idee waar we terecht zouden komen.
Op een gegeven moment stopten we en Sjors verdween in het donker. Het heeft wel een half uur geduurd voor hij terugkwam én het was ook nog eens hartstikke koud. Sjors kwam al ploegend door de sneeuw terug met een vrouwtje die erg blij was met het voedselpakket. Maar minstens zo blij was ze met de aandacht van ons. Want die mensen wonen zó afgelegen.”









