
College adviseert de raad een ontwerpverklaring te weigeren voor de nieuwe milieuvergunning van Tomassen Duck To
25 november 2024 om 11:05 PolitiekERMELO De raad van Ermelo krijgt het voorstel voorgelegd om een ‘ontwerpverklaring van geen bedenkingen’ niet af te geven voor de nieuwe milieuvergunning die is aangevraagd door eendenslachterij Tomassen Duck To.
Wijnand Kooiijmans
Het college van burgemeester en wethouders komt daarmee terug op een eerder voorstel de benodigde verklaring wel af te geven. De nieuwe aanvraag omvat het wijzigen van de inrichting en de bouw van diverse voorzieningen, zoals een bloed- en slibbank, een geluidscherm, een schoorsteen en een bedrijfshal voor transport en opslag. De voorliggende aanvraag is in strijd met het geldende bestemmingsplan.
Door het college wordt aangegeven dat de ruimtelijke onderbouwing van de aanvraag onvoldoende inzicht biedt in de ruimtelijke effecten, zoals geluid- en geurhinder. Er wordt geen zwaarwegend maatschappelijk belang gezien om van het bestemmingsplan af te wijken. De ontwerpweigering wordt zes weken ter inzage gelegd waarbij belanghebbenden de mogelijkheid hebben bezwaar aan te tekenen.
Het aan de Fokko Kortlanglaan 112,116 en 122 gevestigde bedrijf heeft in 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd om de bestaande inrichting te veranderen. Deze aanvraag is meermaals aangevuld en gewijzigd. De laatste wijziging dateert van 14 oktober van dit jaar. De beoordeling op het gebied van bouwen en milieu is de bevoegdheid van het college, het afwijken van het bestemmingsplan van de raad.
Het college stelt onder meer dat het bedrijf is gelegen in het gebied ‘Tonsel & Veldzicht’ waar het beperken van hinder voor omwonenden en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit centraal staat. De onderbouwing hoe het plan van Tomassen hieraan bijdraagt ontbreekt volgens het college.
Na de afgegeven ontwerpverklaring van geen bedenkingen is de aanvraag voor een nieuwe milieuvergunning door eendenslachterij Tomassan Duck To dusdanig gewijzigd dat deze niet meer van toepassing is. De raad moet om die reden een nieuw besluit nemen.
Onder meer is de aanvraag aangevuld met de realisatie van een bedrijfshal en transport- en opslagactiviteiten op het buitenterrein. Door de gemeente is met het bedrijf een ‘letter of intent’ ofwel een intentieverklaring gesloten. Daarin is de intentie uitgesproken dat de gemeente zich inspant voor het verlenen van de vergunning.
Maar, zo stelt het college, deze afspraken kunnen en mogen de initiatiefnemer nooit ontslaan van de plicht om alle stukken die nodig zijn aan te leveren om de aanvraag te kunnen toetsen. Het college meent dat de ruimtelijke onderbouwing van de aanvraag onvoldoende inzicht biedt in de ruimtelijke effecten.
OUD RECHT
In de nieuwe Omgevingswet bestaat een verklaring van geen bedenkingen niet meer. De aanvraag is echter gedaan onder het regime van de Wet ruimtelijke ordening en moet dan volgens de regels die voor die wet gelden worden behandeld. Het gaat om zogenoemd oud recht. Dat maakt dat voor het verlenen van een vergunning een verklaring van geen bedenkingen van de raad noodzakelijk is.
Door het college van burgemeester en wethouders zijn het bedrijf meerdere dwangsommen opgelegd vanwege geconstateerde overtredingen. Aangegeven wordt dat dit een proces is dat los staat van het al dan niet afgeven van een verklaring van geen bedenkingen.
DWANGSOMMEN
De begunstigingstermijn voor de opgelegde dwangsommen voor transport- en opslagactiviteiten is verlengd tot 19 december van dit jaar. Dat betekent dat het bedrijf nog geen dwangsommen heeft verspeeld. Een nieuw verzoek de termijn verder te verlengen wordt nog beoordeeld door het college.
Indien de raad positief staat tegenover de ruimtelijke aanvaardbaarheid van transport- en opslagcapaciteit op de percelen Fokko Kortlanglaan 112 en 122 dan ziet het college geen reden het handhavingstraject voort te zetten. Voorwaarde is dat Tomassen daartoe een strekkende aanvraag ter legalisatie van opslag en transport indient.
AANVRAAG
Er is wel een gewijzigde aanvraag ingediend maar op basis hiervan kan niet de conclusie worden getrokken dat de transport- en opslagactiviteiten ruimtelijk aanvaardbaar zijn.
In de procedure is er van uitgegaan dat de provincie Gelderland het voornemen de natuurvergunning in te trekken ook in de praktijk brengt. In het besluit dat nu is genomen heeft dit voornemen van de provincie geen doorslaggevende stem gehad, zo stelt het college.
Het college verwacht dat de totale procedure die nu moet worden doorlopen minimaal nog een half jaar in beslag neemt. Onder meer vanwege de zorgvuldige besluitvomingsprocedure die twee keer moet worden doorlopen bij de raad.















