
Kolganzen vliegen over met hun snelle vleugelslag: ‘Dat kan twee dingen betekenen’
25 januari 2026 om 17:30 DierenREGIO Winter is ganzentijd. Honderdduizenden grauwe, kol-, brand-, rot- en rietganzen trekken vanuit hun broedgebied op de toendra van Scandinavië tot Siberië naar het zuidwesten en vele overwinteren op de voedselrijke Nederlandse graslanden. In deze regio vliegen ze vooral over, maar waarom?
Kees van Reenen
Het is donker, alles is stil. De meeste mensen en dieren slapen en de trekvogels die ’s nachts vliegen zijn waarschijnlijk al lang op hun bestemming. Maar onverwacht klinkt in de verte toch een vogelgeluid dat langzaam dichterbij komt. Het moet een forse groep zijn, gelet op het veelvuldige geroep van ‘ga-ga-kjie-kjuu-ga-kjie-gak’. Tegen de donkere lucht is echter niets te zien.
![]()
Kolganzen boven Voorthuizen in strakke V-formatie onderweg naar het zuiden. - Kees van Reenen
Wat zijn dit voor vogels? Het moeten ganzen zijn. Kraanvogels hebben een meer trompetachtige roep en vliegen bovendien niet ’s nachts. Maar welke ganzen? Een beetje ervaring - die iedere herfst weer bijgewerkt moet worden - leert dat dit gegak tamelijk hoogtonig klinkt. Hier in de regio kan dat eigenlijk maar één ding betekenen: kolganzen. Grauwe, Canadese en brandganzen roepen lager.
OVERVLIEGEND
Kolganzen broeden hier niet en worden in onze omgeving ook zelden aan de grond gezien. Alleen overvliegend in een steeds van vorm veranderende V-formatie, zowel overdag als in het donker, zijn kolganzen van oktober tot maart een gewone verschijning.
![]()
Bij goed licht is in de vlucht de gevlekte buik en met wat geluk ook de witte kol te zien. - Kees van Reenen
Waarheen zijn ze dan onderweg? Vroeger was er een weerwijsheid: ‘Vliegen de ganzen van Rijn naar zee, dan krijgen we vorst of snee. Vliegen ze van zee naar Rijn, dan zal het mooi weer zijn’. Die spreuk stamt echter uit de tijd van de Zuiderzee. Veel ganzen verbleven in de uiterwaarden, waar ze voedsel zochten in de weilanden en sliepen in de plassen en rivierarmen. Bij strenge vorst trokken ze naar het brakke water van de Zuiderzee dat niet zo snel bevroor.
PATRONEN IN VOGELTREK
Die tijd ligt ver achter ons. Wat gebleven is, dat is de trek tussen slaap- en foerageergebieden. Maar waarom vliegen ze dan ook ’s nachts? Dat is een vraag voor de jonge Nijkerkse vogelaar Robin Drenth die we vorig jaar ontmoetten op Appel. Hij let namelijk op patronen in de vogeltrek en duizenden (kol)ganzen grazen in de polders nabij zijn woonplaats.
![]()
Kolganzen boven Ederveen in losse formatie onderweg van slaapplek naar foerageergebied. - Kees van Reenen
,,Overvliegende kolganzen kan twee dingen betekenen’’, legt Robin uit. ,,Op trek naar het zuiden - en in het voorjaar naar het noorden - vliegen ze meestal ’s nachts, heel hoog en in strakke V-formatie. Sommige ganzen komen elke winter vanuit Nova Zembla naar dezelfde akker, andere trekken van plaats naar plaats. Lager en in een lossere formatie verplaatsen kolganzen zich van het ene naar het andere foerageergebied, bijvoorbeeld bij verstoring of als het voedsel op is.”
ZEUMEREN
Omdat ze houden van open landschap zullen ze in omgeving Barneveld-Lunteren niet vaak aan de grond komen, vervolgt hij. In de ochtend- en avondschemering vliegen ze inderdaad tussen graas- en slaapplek. ,,Daarvoor moet je letten op de vliegrichting. Een klein aantal slaapt op Zeumeren bij Voorthuizen.”
![]()
Grauwe ganzen en kolganzen foerageren vaak samen en zijn dan goed te vergelijken. - Kees van Reenen
Behalve aan hun roep zijn ze overdag ook te herkennen aan hun uiterlijk. De grauwe gans, die tot ergernis van boeren en natuurbeschermers in steeds grotere aantallen in ons land blijft broeden, is na exoot grote Canadese gans de grootste van het stel en heeft bij een vleugelspanwijdte van 150 tot 170 centimeter een ongevlekte borst en lichtgrijze bovenvleugels.
WITTE KOL
Kolganzen, met een spanwijdte van 130 tot 160 centimeter, hebben een snellere vleugelslag en zijn bij goed licht ook in de lucht te herkennen aan hun zwartgevlekte borst en buik. Voor het kenmerk waaraan ze hun naam danken, de witte kol aan de snavelbasis, kun je hen beter opzoeken in bijvoorbeeld de Arkemheenpolders bij Nijkerk. Een beetje schuw zijn ze wel, dus neem een verrekijker mee of nog beter een telescoop. Dan kun je ze prachtig zien grazen met hun roze snavel en op oranje poten.
![]()
Vooral bij mist roepen laag overvliegende ganzen veelvuldig om elkaar niet kwijt te raken. - Kees van Reenen
VERGELIJKEN
Meteen kun je ze dan vergelijken met de grote grauwe ganzen en de fraaie zwart-witte brandganzen. Maar die beesten van kolgansformaat zonder witte bles dan? Dat zijn jonge kolganzen! Heb je veel geluk, dan ontdek je er misschien een roodhalsgans tussen. Zie je thuis een groep kolganzen overvliegen met één klein beest ertussen, pak dan snel een camera met telelens.











