
Wrakingsverzoek van Tomassen Duck-To is afgewezen; rechter mag blijven zitten
14 april 2026 om 12:00 Politiek Eendenslachterij Tomassen Duck-ToERMELO De wrakingskamer van de rechtbank Gelderland heeft het wrakingsverzoek tegen rechter M. Verhoeven afgewezen. De zitting betrof het bezwaar van de eendenslachterij tegen het intrekken van de natuurvergunning door het Gelders college van gedeputeerde staten.
Wijnand Kooijmans
De jurist van Tomassen Duck-To is van mening dat er sprake is van verwevenheid tussen deze zaak en het bezwaar dat door de eendenslachterij is ingediend tegen het intrekken van de lopende vergunning door het Ermelose college van burgemeester en wethouders en de weigering van de gemeente mee te werken aan de herziening van de vergunning. Deze zaak is doorverwezen naar de rechtbank Nederland vanwege betrokkenheid van een rechter-plaatsvervanger bij die zaak. Die was als deskundige ook aangetrokken door de gemeente Ermelo.
De vertegenwoordiger van Tomassen is van mening dat ook het bezwaar tegen de provincie, vanwege inhoudelijke verwevenheid met deze zaak, had moeten worden doorverwezen naar de rechtbank Midden Nederland.
Door Tomassen is tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het wrakingsverzoek in de kern niet persoonlijk tegen de rechter is bedoeld, maar tegen de rechtbank omdat men het niet eens met het niet doorverwijzen van de zaak.
Door de rechtbank wordt aangegeven dat uit rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat een procesbeslissing van een rechter – waarvan hier sprake is -- nooit een grond kan vormen voor wraking, omdat wraking geen verkapt rechtsmiddel is.
Ook de motivering van een procesbeslissing geldt in het algemeen niet als grond voor wraking. Dat kan alleen als er sprake is van een uiting voor vooringenomenheid en daarvan is volgens de wrakingskamer in deze zaak geen sprake.
Ook het verband tussen beide zaken wordt niet gezien. Bij het beroep tegen het besluit van de provincie is de plaatsvervangend-rechter niet betrokken. Dat de mondelinge behandeling van de beide zaken in eerste instantie op één dag en direct na elkaar waren gepland is slechts, zo oordeelt de wrakingskamers, uit praktisch oogpunt geweest en niet in verband met de samenhang tussen beide zaken. Vrees voor vooringenomenheid van de rechter is dan ook niet aan de orde, zo vindt de wrakingskamer.