Foto: Hans van Oosterhoudt

Raad van State geeft alsnog gelijk

  Nieuwsflits

Door het Ermelose college is terecht een vergunning afgegeven voor het gebruik van bestaande schuren in het gebied Tonselse Veld dan op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Dat oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Wijnand Kooijmans

ERMELO - Met dit besluit honoreert het hoogste Nederlandse rechtsorgaan het beroep dat door het college was ingesteld tegen het besluit van de rechtbank Gelderland. Naar aanleiding van bezwaren van de Stichting Woon- en Recreatiebelangen Tonselse Veld oordeelde de rechtbank dat een verwijzing naar een mogelijke toekomstige wijziging van het regionaal ruimtelijk beleid zonder nadere motivering onvoldoende was om het verlenen van de vergunning te rechtvaardigen. De huidige bestemming van de schuren is ‘pluimveehouderij.’

In een tussenvonnis had de rechtbank het college eenmaal in de gelegenheid gesteld het geconstateerde gebrek te herstellen. In de einduitspraak gaf de rechtbank aan dat herstel niet mogelijk is en de vergunning ten onrechte is verleend.

Op het perceel van de schuren vinden diverse bedrijfsactiviteiten plaats waaronder de verhuur van inpandige opslagruimte.

In tegenstelling tot de rechtbank vindt de afdeling van de Raad van State dat het college na de tussenuitspraak wel deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Daarmee betekent dat de eigenaar van de schuren voor tien jaar toestemming heeft voor inpandige verhuur.

Het college was van mening dat de inpandige opslag op het omstreden perceel ruimtelijk aanvaardbaar is. Het toekennen van een bedrijfsbestemming aan het perceel wordt door het college niet ondenkbaar geschat als overeenstemming kan worden bereikt over een ander gebruik van het bedrijventerrein Kerkdennen in Ermelo. Verwezen is door het college naar een besluit van de provincie Gelderland waarin wordt aangegeven dat men akkoord gaat met het bestemmen van de huidige bedrijvigheid op het Tonselse Veld.

De Raad van State oordeelt dat de rechtbank in het tussenvonnis wel terecht heeft geconcludeerd dat niet deugdelijk door het college was gemotiveerd waarom de vergunning was verleend. Maar dat de hierna gegeven onderbouwing wel voldoet aan de eisen die daaraan mogen worden gesteld. Onder meer omdat is aangegeven dat het toegestane gebruik geen ruimtelijke effecten heeft welke voor de omgeving onaanvaardbaar of onevenredig zijn.

Vacuüm

De rechtbank is tevens in de fout gegaan door een vacuüm te laten ontstaan. De vergunning werd herroepen maar de rechtbank heeft niet geweigerd de vergunning te verlenen. De rechtbank is, zo oordeelt de Raad van State, voorbij gegaan aan de belangen van de aanvrager van de vergunning.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden