Henny A.J. Kreeft
Henny A.J. Kreeft (Foto: Henny A.J. Kreeft)

Column: Komt er een man bij de dokter

  Column

Onbekend bij mij of u de kreet “Komt er een man bij de dokter” kent of misschien de kreet “Is er een dokter in de zaal?”, maar ik moest er van de week weer eens aan denken toen ik bij de huisarts binnenstapte. Het was nog vroeg en donker en ik stapte vanuit het donker naar binnen en de huisarts zei dat ze mij niet meteen herkende in het donker. Ja … schrikken, hé ..

Misschien kom ik er niet vaak genoeg, bij de huisarts dan, maar het was weer eens tijd voor een jaarlijkse kleine controle, de APK, net als bij de auto. Op een bepaalde leeftijd kom je in die leeftijdsklasse terecht dat je gecheckt kan, mag of moet worden (doorhalen wat niet van toepassing is). Je komt dan niet (meteen) bij de huisarts, maar bij de assistente. Daar worden dan vragen gesteld, je urine en bloed bekeken, je bloeddruk en gewicht en lengte gemeten. Maar wegens een communicatiestoring - niet een mail gehad óf niet gelezen - heb ik niet vooraf bloed laten prikken en de urine op het lab ingeleverd. Gemiste kans dus, maar over veertien dagen moet ik toch weer voor ander onderzoek geprikt worden, dan doen we dat ook maar meteen. Uitgestelde controle noemen we dat.

Vele jaren geleden werkte ik als medisch analist voor een project van het KWF: “Beenmergtransplantaties bij kankerpatiënten” en hiervoor deed ik vele labonderzoeken. Bij elke patiënt werd vooraf bloed afgenomen en daarna periodiek vanaf het moment dat de patiënt zijn of haar eigen beenmerg (of van een relatie) terugkreeg. Het onderzoek was dan wekelijks en liep op de duur op tot maandelijks en zo verder.

Maar voor al die onderzoeken hadden we dus ook controle bloed nodig, de zogenaamde normaalwaarden in het bloed. Hiervoor werd er meestal bloed geprikt van het personeel, echter aangezien wij het vaakst controle bloed nodig hadden, moesten we ook meedraaien bij het bloedprikken. Ik dus ook en dat heb ik dus moeten leren op de prikpoli waar mensen altijd langs moesten indien er bloed afgenomen moest worden. Enfin, ik naar die prikpoli en of de duvel ermee speelde, ik kreeg altijd patiënten op leeftijd of met moeilijke aders om te prikken. Meestal zeiden de dames die geprikt moesten worden, zoiets van “Als u de naald stil houdt, dan zeg ik wel waar u moet prikken.”

Maar ik heb het onder de knie gekregen, eh, in de vingers kan ik beter zeggen. Echter daar was het niet iedereen mee eens. Op een goede vrijdagochtend had ik weer bloed nodig, 50 ml, en het ‘slachtoffer’ was een arts van het ziekenhuis. Hij ziet mij zitten en vraagt “Moet jij prikken?“, waarop ik bevestigend antwoordde. Hij draaide om en liep zo weg, zonder geprikt te worden. Kon ik mijn collega bellen, die onmiddellijk kwam maar zelf net geprikt was, dit maal voor onderzoek. Dus … was ik de sigaar … ik werd dus geprikt en ik kon mijn eigen bloed inzetten voor de normaalwaarden. Gelukkig was dat - zeker toen - redelijk normaal.

Mocht u ook weer voor uw jaarlijkse APK bij de huisarts zijn, veel sterkte en een goede prikker toegewenst.

In ieder geval niet ik meer …. hebt u even geluk!

Henny Kreeft

Meer berichten