Foto:
Column Greet Termaat

Knus

  Column

“Papa,” zei kleine Deen, gelukzalig omhoog kijkend naar zijn vader: “hier heb ik al zo lang van gedroomd!” Hij drukte zijn handje in vaders grote hand en schurkte tegen hem aan.

Zijn vader glimlachte vertederd en installeerde het tweede kinderbed op Deens slaapkamer. Deze deed zijn best om mee te helpen en vulde het bed op met allerlei knuffeldieren, hij riep: “Nu kan Kate lekker slapen bij mij op mijn kamer, wat zal ze blij zijn!”

Z’n vader knikte en haalde zijn jongste op om haar te laten zien waar haar bed nú stond. Ze danste van plezier en dook op het bed, rondkijkend en genietend van het feit dat ze haar broertje nu kon zien, die al in zijn eigen bed gekropen was.

“Nou, zoveel enthousiasme had ik echt niet verwacht, hoor!” zei de vader: “de één heeft nu tijdelijk geen eigen kamer en de ander moet een groot deel van zijn kamer inleveren! Maar dat kan ze dus eigenlijk niets schelen, ik begrijp er niets van. Normaal gesproken wil toch iedereen een eigen kamer?”

Ik hoorde dat aan en herinnerde me hoe het was toen ik zo oud was. Geboren in een groot gezin, wist ik niet anders dan dat we met meerdere kinderen op één kamer lagen. Eigenlijk nooit zo over nagedacht of ik een eigen kamer ooit gemist heb.

Het was zo gewoon om bij je zus in een tweepersoons bed lepeltje lepeltje te slapen. Vooral ’s winters, met ijsbloemen op de ramen, bleef het heerlijk warm onder de dekens nadat de kruik afgekoeld was.

“Klieren” als je moest slapen, en dan als je vader naar boven werd gestuurd de ander de tikken laten opvangen, samen griezelen als grote zus de kastdeur liet kraken. We hadden als kind er geen notie van hoe het zou zijn om ooit alleen te moeten slapen zonder die rustgevende vertrouwdheid.

Ergens begrijp ik de blijdschap van mijn kleinkinderen dus wel.

Onze slaapkamers waren eigenlijk alleen maar bedoeld om te slapen. Nadat mijn moeder of grote zus de bedden hadden opgemaakt en de kamer gestoft, de vloer “gezwabberd” en de kleedjes uitgeklopt, was het overdag verboden terrein.

Huiswerk en spelletjes in de eetkeuken, buiten spelen in weer en wind.

Maar die ene keer dat ik, zo oud als Deen, stiekem toch overdag op bed lag in de meisjeskamer, is mij wel altijd bijgebleven.

Mijn ouders waren niet thuis, de oudste kinderen pasten op en ik had me teruggetrokken bij mijn zusje die in een ledikantje onder het raam sliep. In een glimp zag ik dat ze wakker werd en op haar teentjes ging staan om naar buiten te kijken, maar dook snel weer terug in mijn eigen droomwereldje.

Totdat plotseling één van mijn broers naar boven kwam en me door elkaar schudde was ik me van geen kwaad bewust, maar zag meteen wat er gebeurd was. Het bedje was leeg!

Beneden hadden ze door het raam mijn zusje zien vallen, een dikke laag grind had haar opgevangen en hoewel ze lag te krijsen, bleek ze achteraf kerngezond en “schadevrij”.

Ondanks dat, nog steeds even knus, logeren bij mijn zus.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden