Foto:
Column Greet Termaat

Een warme ontmoeting

  Column

Op een koude regenachtige avond, na een bezoekje aan mijn demente moeder in een verzorgingshuis en soms lachend en soms met tranen in de ogen nog wat napratend, zag ik in een flits een figuur midden op de rotonde staan. Na een extra rondje zagen we op de hoek een lange man met een hoed op naar een straatnaambordje staren.

Mij intuïtie zei me dat dit niet klopte, dus ik stopte, liet het raam zakken en riep hem. Hij kwam naar me toe en ik vroeg hem of hij de weg kwijt was. In zijn ogen zag ik verwardheid en paniek, hij vertelde dat hij een wandelingetje was gaan maken maar dat hij niet meer wist waar hij woonde.

We boden aan te helpen, en rillend van de kou en helemaal doorweekt stapte hij in. Nadat hij zijn gezicht had afgedroogd werd hij rustiger en vertelde dat hij een sleutel op zak had en hij herinnerde zich zijn naam.

Dus vol goede moed reden we het dorp in, in de hoop dat hij iets zou herkennen. Hij wees naar de molen en zei: “Dit ken ik, hier gingen we altijd dansen”, maar verder was alles onbekend voor hem.

Aangezien hij nogal gedistingeerd overkwam, mede door zijn taalgebruik, reden we eerst nog even wat rond in achteraf gelegen laantjes met villa’s, voordat we de politie zouden bellen.

Plotseling riep hij: “Oh, daar staat mijn auto”. We zagen een carport waar een auto stond, verlicht door een lantaarnpaal. We liepen naar de voordeur en belden aan maar nergens in huis ging licht aan. Zonder zeker te weten dat dit zijn huis was, en bang dat er een alarm af kon gaan, probeerden we toch maar even de sleutel uit.

Ja hoor, deur ging open en als bij toverslag veranderde hij in een zelfverzekerde, vriendelijke heer. Liep regelrecht naar de lichtknop, hing jas en hoed op en nodigde ons uit in zijn woonkamer.

Op de eettafel stond een bordje met een belegde boterham en een glas melk. “Wilt u ook melk ?”, vroeg hij. Verder rondkijkend zag ik een map van de thuiszorg en overal gele memoblaadjes. Zo ook bij de telefoon, wat zijn situatie steeds duidelijker maakte.

Hij vertelde over zijn leven als diplomaat, het overlijden van zijn vrouw, zijn verdriet en dat hij twee kinderen had. Het was een gezellige, onderhoudende man die een heel intensief en gelukkig leven had geleid en daar nog veel herinneringen aan had, maar nu toch wel eenzaam was.

Toen we na een poosje zeiden dat we naar huis gingen, werd hij onrustig en ik besloot één van de op de telefoon geplakte namen te bellen. De dochter bleek in het buitenland te zijn en verwees me naar haar broer. Ik vertelde hem het hele verhaal, waarop hij zei dat het dus tijd werd om maatregelen te nemen voor opname in een verzorgingshuis. Merkbaar ongemakkelijk over onze aanwezigheid, vroeg hij ons te vertrekken.

Terwijl we ietwat ongerust wegreden, stond de man ons uitbundig uit te zwaaien alsof we oude bekenden waren.

Deze koude, regenachtige avond draaide uit op een onverwachte, warme ontmoeting.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden