Foto:

Column Henny Kreeft: 'Armoede en voedsel'

Vandaag gebeurde het twee keer dat er gesproken werd over de Voedselbank, naast het feit dat ik net een opiniestuk geschreven had over Palestina en de armoedegrens daar tot 75% gestegen is. Mijn vrouw kwam thuis na het doen van de boodschappen en die begon over de Voedselbank, die in het voorportaal stond van die grootgrutter die op de kleintjes let en ik zag net een artikel staan in twee lokale kranten.

Het is in en in triest dat er überhaupt een Voedselbank moet zijn, want dat betekent gewoon dat mensen niet rond kunnen komen en dus afhankelijk zijn van het verstrekken van voedsel door diezelfde Voedselbank.
In deze krant van vorige week stond een artikel met de kop “Armoede en voedsel: de voedselbank helpt”. En als ik dan het artikel verder lees, het is terecht dat er hulp wordt geboden. Maar het schijnt dat niet alle mensen die hulp nodig hebben, worden bereikt en dat is dubbel zo triest. Volgens de mensen die het kunnen weten en statistieken in de media brengen, zou 5% van de Nederlandse bevolking onder de armoedegrens leven. Voor het gebied van Voedselbank Harderwijk (Harderwijk, Ermelo en Putten) zou dit inhouden dat zo’n 5000 mensen tot de doelgroep van de Voedselbank behoren, terwijl er maar 10% bekend is.

En dat heeft me vandaag wel bezig gehouden: 10% van de personen die onder de armoedegrens zitten, zijn bekend en dus de andere 90% niet. Dat heet - denk ik - verborgen armoede of zoiets. De personen zullen dan op een of andere manier toch aan het benodigde eten komen of ze gaan achteruit. En dat laatste is niet goed. Hoe komen die mensen dan rond op een dag?
Natuurlijk in landen in het Midden Oosten of Afrika is het meer bekend - maar niet minder erg - echter dat zoiets ook speelt op de hierboven beschreven schaal in Nederland, dat had ik echt niet verwacht.

Mijn vrouw en ik zullen dus kijken wat we kunnen doen om wat te schenken aan de Voedselbank, maar dat is verre van genoeg. Nu probeer ik me verre te houden om u bepaalde dingen te vragen - ik ben meestal wel met een aantal zaken bezig - maar toch, deze keer kan ik niet anders. Met druk op de vraag wil ik u hem toch stellen: “Mocht u wat in de kast hebben liggen en wat nog goed is - dus niet verlopen - en u gaat het de komende dagen niet zelf gebruiken, a.u.b. denk ook eens aan de Voedselbank”. Ik weet het, dat ik niet het recht heb om dit soort zaken te vragen, maar ik kan deze keer echt niet anders.

Bij mijn ouders vroeger thuis was altijd genoeg in huis - natuurlijk niet uitgebreide Franse keuken, maar gewoon boerenstamppot als het nodig was - maar we hebben nooit honger geleden. Mijn moeder zorgde altijd wel dat er genoeg was, zonder dat we teveel hoefden te snoepen.

Tenslotte, binnenkort is het weer tijd voor 5 december en de kerstpakketten; ik denk een uitgesproken moment om iets te schenken aan de Voedselbank. Ondertussen voor u allen: eet smakelijk en denk ook eens aan de anderen.

Meer berichten