Stadsreus gesignaleerd.
Stadsreus gesignaleerd. (Foto: Rob van den Berg)

Stadsreus of hoornaarzweefvlieg gesignaleerd in Ermelo

De stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria) is groter dan alle andere zweefvliegen. Het is een zomergast, hij komt vanuit Zuid-Europa naar Nederland en wordt hier het meest gezien in het zuiden van ons land. Ze zijn opmerkelijk vaak te vinden op budleja, vlinderstruik. Maar andere soorten als berenklauw en koninginnekruid vinden ze ook aantrekkelijk. Het achterlijf is geel tot roestrood met zwarte banden. Bij vrouwen is het borststuk roestrood, bij mannen meer zwart. Vooral bij de vrouwen valt de gele kop op. De korte voelsprieten verraden dat het een vlieg is en geen wesp. Wespen hebben altijd lange antennen. De vlieg is 18 – 25 mm groot en ze zijn te zien van juni tot oktober. Ondanks de grootte en het vervaarlijke uiterlijk is hij geheel ongevaarlijk. Het is een vlieg, een angel of steeksnuit heeft hij niet en het volwassen dier leeft van stuifmeel en nectar. Stadsreuzen zijn expansieve zwervers, eenmaal ontpopt zwerven ze rond en keren niet terug naar hun geboorteplek. Ze kunnen grote afstanden afleggen, met de wind mee en dus ook in ons land terechtkomen. Ze planten zich hier, dankzij de warmere zomers, vaak ook succesvol voort.

De stadsreusvrouw legt haar eitjes in wespennesten, nesten van gewone wesp. duitse wesp of hoornaar. Wanneer ze een wespennest gevonden heeft, gaat ze zich eerst uitgebreid poetsen. Dan betreedt zij lopend het nest en gaat in enkele dagen rustig haar eitjes leggen. Ze kan ongestoord haar gang gaan. Zelfs bij contact met de wespen wordt zij niet aangevallen. Hoe dit kan, is niet precies bekend. Misschien heeft ze met het poetsen een geur aangebracht die de agressie van de wespen onderdrukt. Enkele dagen nadat het vrouwtje het wespennest verlaten heeft, komen de eitjes die zij gelegd heeft uit. De larven leven onder in het nest, waar ze zich voeden met dode wespenlarven, stervende wespen en afval. De wespen laten ook hen met rust. In de herfst verlaten alle wespen het nest: de werksters en de koningin gaan dood, mannetjes en jonge koninginnen vliegen uit om te paren, waarna ook de mannetjes sterven en de jonge koninginnen een overwinteringsplaats zoeken. De stadsreuslarven blijven achter om in het lege nest te overwinteren. In de volgende zomer verpoppen ze, waarna een nieuwe generatie stadsreuzen verschijnt.

Meer berichten