Appelvink eet de pinda's
Appelvink eet de pinda's (Foto: Rob van den Berg)

Appelvink de krachtpatser onder de vinken!

Forse vinkachtige met een kegelvormige snavel, dikke kop en ‘stierennek’. Het verenkleed van de appelvink is overwegend roestbruin, maar met veel accenten. Brede witte vleugelstrepen, aan de korte staart zit een witte eindband en de rug en vleugels zijn donkerbruin. Opvallend zijn de diepblauwe, gekrulde toppen van een deel van de slagpennen.

Leefgebied

Dichte, hoge loof- en gemengde bossen en parken met rijke structuur, op zowel klei- als zandgrond, vaak met zoete kers en Spaanse aak. De appelvink is redelijk honkvast, en keert vaak jaren achtereen terug naar een locatie waarvan hij weet dat er voedsel te vinden is.

Voedsel

Het favoriete voedsel van appelvinken bestaat uit zaden van verschillende kersensoorten, en bomen als de Spaanse aak en haagbeuk. De zaden van de Spaanse aak (‘helikoptertjes’) zijn zeer olierijk en geven de appelvinken veel energie. Ze zijn bovendien eenvoudig te kraken. Soms komen appelvinken op voertafels met zonnebloempitten.

De grootste bedreiging voor de appelvink is de ontgroening van Nederland, en in het bijzonder het verlies van oudere groengebieden als bossen en parken. De kap van oude zaaddragende bomen is om diezelfde redenen schadelijk voor de soort.

Meer berichten