lezing over het leven en het werk van kunstenaar-graficus M.C.Escher
donderdag 9 november 2023 19:30 tot 21:30
Kan water omhoog stromen? Kun je afdalen via trappen en toch weer op dezelfde hoogte uitkomen? De graficus Escher was zeer geïnteresseerd in perspectief en weet ons voor de gek te houden: water stroomt omhoog! Maar hoe krijgt hij dat voor elkaar?
John Nieuwerth zal ons alles vertellen over het leven en het werk van Escher. John was voor zijn pensionering werkzaam als docent in het middelbaar onderwijs. Hij heeft zijn hele leven al belangstelling voor kunst gehad en een uitgebreide kennis vergaard. Deze kennis wil hij graag doorgeven.
Escher is een kunstenaar, die uiterst zorgvuldig en precies een prachtig oeuvre schiep. Vogels veranderen in vissen, torens in het landschap worden de torens op een schaakbord. Escher houdt van metamorfose. Hij maakt tientallen voorbeelden van regelmatige vlakverdelingen, waarbij salamanders, vissen, dieren precies in elkaar passen. Het is de moeite waard om zijn houtgravures en litho’s te onderzoeken. Pas laat in zijn leven is deze graficus wereldberoemd geworden, met name onder de wiskundigen in de VS.
Aanmelden.
Iedereen is uitgenodigd om 19.30 uur. De koffie en thee staan klaar om 19.15 uur. Wilt u dit meemaken? Geef u op bij Inge Mulder: ingemulderpull@gmail.com
Kosten: 7.50 euro, leden vrij
**************************************************************************************************.*****************************************
Verdieping voor de mensen, die zich alvast willen inlezen in het onderwerp (overgenomen van Wikipedia)
Maurits Cornelis Escher (Leeuwarden, 17 juni 1898 – Hilversum, 27 maart 1972) was een Nederlandse kunstenaar, die bekend is om zijn houtsneden, houtgravures en lithografieën, waarin hij vaak speelde met wiskundige principes. Zijn gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en in elkaar passende meetkundige patronen (vlakverdelingen) die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderen. Enkele zeer bekende voorstellingen die hij tekende zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Penrose-trap. Pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw kreeg hij in bredere kring erkenning als kunstenaar, vooral in de VS. In de jaren zestig werd zijn werk – tot zijn verbazing – vanwege de fantastische parallelle werelden ook door hippies en popsterren omarmd.
Levensloop
Escher werd geboren als de jongste zoon van waterbouwkundig ingenieur George Arnold Escher en diens tweede vrouw, Sara Gleichman. De familie bewoonde een pand in de Grote Kerkstraat te Leeuwarden, een deel van het voormalige paleis van prinses Maria Louise van Hessen Kassel, waarin nu het museum Princessehof gevestigd is. Een van zijn kunstwerken is op de buitenzijde van dit pand aangebracht. De uit Duitsland stammende familie telde intellectuelen en kunstenaars zoals Eschers jongere neef de componist Rudolf Escher. Binnen het gezin werd hij Mauk genoemd. In 1903 verhuisde de familie naar Arnhem, waar Escher de HBS volgde. Hij was goed in tekenen, maar verder was hij geen goede leerling: hij bleef tweemaal zitten en zijn resultaten waren pover. Zijn vader vond dat Escher een degelijke opleiding moest krijgen, zodat hij enkele maanden bouwkunde studeerde aan de TH Delft. Maar in 1919 ging Escher naar de School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten in Haarlem. Al gauw schakelde hij over naar de richting van de sierende kunsten, waar hij les kreeg van Samuel Jessurun de Mesquita, een schilder en graficus uit een Portugees-joodse familie. Escher zou met zijn door hem zeer gewaardeerde leermeester contact blijven houden tot 1944, toen De Mesquita - die op grond van zijn bijna adellijke Portugese stamboom meende van deportatie verschoond te zullen blijven - in het concentratiekamp Auschwitz werd vermoord. Na het verlaten van de school in 1922 reisde Escher regelmatig en graag naar Spanje en vooral Italië, waar hij de Zwitsers-Russische Giulia ‘Jetta’ Umiker ontmoette, met wie hij in 1924 trouwde en drie zoons kreeg: George, Arthur en Jan. In deze landen tekende Escher landschappen (die hij zou gebruiken in latere werken) en planten en in Spanje bestudeerde hij de islamitische decoraties. Escher en zijn vrouw vestigden zich in Rome tot in 1935, toen het regime van Mussolini voor Escher onaanvaardbaar werd en de familie verhuisde naar Château-d’Œx in Zwitserland. Escher voelde zich evenwel niet thuis in Zwitserland en in 1937 verhuisde de familie naar Ukkel, nabij Brussel. Op 20 februari 1941 ging het gezin Escher terug naar Nederland en verhuisde naar de Nicolaas Beetslaan 20 in Baarn. In 1943 werd de woning door de Duitsers gevorderd en op oudejaarsdag 1943 verhuisde het gezin naar villa Ekeby, Van Heemstralaan 56. Midden jaren vijftig werd de grond van de villa verkaveld en Escher kocht een kavel en liet een huis bouwen. Na de verkaveling werden de huisnummers gewijzigd en woonde hij, vanaf 1955 op Van Heemstralaan 28, waar hij tot 1970 bleef. Deze periode is Eschers productiefste, maar twee operaties weerhielden hem ervan prenten te maken. Tijdens zijn wandelingen door de bossen bij Baarn ontstonden de ideeën voor zijn werken “Drie Werelden”, “Modderplas” en “Rimpeling”. Eschers vrouw verhuisde in 1968 terug naar Zwitserland, waar ze de rest van haar leven zou doorbrengen. Escher was ook eigenaar van een boerderij met 54 hectare grond gelegen aan de Voorweg in Zoetermeer, geërfd van zijn Haagse moeder. Hij bracht er geregeld tijd door, onder andere gedreven door honger in de Tweede Wereldoorlog. De boerderij werd verkocht aan de pachters in 1954. In Baarn wordt op meerdere plekken aandacht geschonken aan de graficus Escher. Sinds 1994 bevindt zich boven de ingang van het gemeentehuis een kunstwerk in glas en in de hal is een muurplastiek in zwart-wit. In Baarn werd in het herinneringsjaar 1998 bij Sociëteit ‘de Vereniging’ aan het Stationsplein het stenen beeld Hommage aan Escher geplaatst. Ook kreeg Baarn in dat jaar de Escherlaan, waarbij de huizen aan deze straat aan de voorgevel een tegel met Eschermotief dragen. Op de rotonde in de Amsterdamsestraatweg staat het beeld “Concentrische Schillen”. In het Baarnsch Lyceum zijn voorbeelden te zien van toegepast werk van hem. Escher verhuisde in 1970 naar het Rosa Spier Huis in Laren (NH), een rusthuis voor kunstenaars waar hij een eigen atelier had. Hij overleed in 1972 op 73-jarige leeftijd in Hilversum en werd begraven op de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan te Baarn.
Werk
Escher had een sterke voorkeur voor technieken waarmee men met een zwart vlak begint en het zwart later weghaalt. Escher gebruikte dan ook houtsnede, houtgravure, lithografie en (in mindere mate) mezzotint. Tijdens zijn HBS-opleiding maakte hij ook enkele lino’s. Van Jessurun de Mesquita erfde Escher een voorliefde voor houtsnede op langshout, maar later (vanaf 1931) gebruikt Escher ook houtgravure (op kopshout), omdat men hiermee gedetailleerder kan werken. Houtsnede zou voor Escher een veelgebruikte techniek blijven. In 1929 maakte Escher zijn eerste lithografie. Met lithografie kan men ook grijstinten gebruiken, maar het contrast is beperkt. In 1946 waagt Escher zich dan ook aan mezzotint, ook wel ‘zwarte kunst’ genoemd, omdat hiermee sterker contrast mogelijk is. Mezzotint vergde echter te veel geduld en Escher zou in totaal slechts zeven mezzotinten maken. Escher bezat een grote technische vaardigheid. Een voorbeeld hiervan is de prent “Draaikolken”, waarin afbeeldingen van rode en groene vissen het vlak vullen. Beide kleuren werden afgedrukt met hetzelfde blok hout, maar bij het afdrukken van de ene kleur werd het blok 180 graden gedraaid ten opzichte van de afdruk van de andere kleur. In het begin was techniek belangrijk voor Escher (en dat zou ook zo blijven), maar op een gegeven ogenblik was technische vaardigheid niet meer het hoofddoel. Escher wilde dan de wonderlijke ideeën in zijn hoofd uitdrukken in prenten, en techniek was hiervoor slechts een middel. In Eschers vroegste werk vinden we vooral landschappen, waarvoor hij inspiratie vond in Italië, en ook wat stillevens en portretten. Pas vanaf zijn veertigste maakte Escher “Escheriaanse” prenten. Hieronder volgt een opdeling van de onderwerpen die typisch zijn voor Escher. De opdeling is artificieel, dekt niet alle prenten, heeft overlappingen en er zijn ook andere opdelingen gepubliceerd.
- Regelmatige vlakvulling (een prent die volledig gevuld is met gelijkvormige figuurtjes die elkaar nergens overlappen)
- Twee dimensies, of drie dimensies?
- Onmogelijke ruimtelijke objecten
- Perspectief (Escher had een voorkeur voor eigenaardige gezichtspunten)
- Oneindigheidsbenaderingen (schijnbaar oneindig veel figuurtjes afgebeeld)
- Simultane werelden
- Isometrische illusie (niet duidelijk of iets juist dichtbij of ver weg is)
Wiskundige achtergrond
Zijn gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en in elkaar passende geometrische patronen die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderen. Vele van de werelden die hij tekende zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Necker-kubus en de Penrose-driehoek. Escher ging vaak uit van regelmatige betegelingen van veelhoeken die door uit- en instulpingen mensen, dieren en andere figuren voorstelden.
